PDA

View Full Version : Skwuig Schrijfuitdaging 14


Inwinyàre Aranel
2 February 2008, 23:12
Antje en Telawen presenteren SSU14: Het dagboek.

De opdracht
Schrijf een verhaal in chronologische dagboekvorm. In dagboekvorm gebruik je altijd de ik-vorm. Er hoeft door de hoofdpersoon/hoofdpersonen niet persé elke dag in het dagboek geschreven worden, als het maar een chronologische volgorde aanhoudt waarin het boek is geschreven. Er hoeft niet persé elke dag geschreven te worden. Tijd is dus niet heel belangrijk, chronologische weergave wel.
[Edit] In het dagboek moet een fatale gebeurtenis beschreven worden en de gevolgen, gevoelens etc. van de dagboekschrijver en/of anderen terugkomen.

Aantal woorden: 2000-3000. Let op er zit hier GEEN 10% marge in deze keer!

De jury: Antje (winnares SSU12) en Telawen.

Deadline: Maandag 27 november 23.59 u

Have fun!

Inwinyàre Aranel
2 February 2008, 23:13
Ik ben een moordenaar

7 oktober 2005
Hèhè Natasja mocht afgelopen weekend bij ons logeren. Aangezien hun huis nu helemaal ingericht is. En zij graag nog een keer bij mij wilde logeren mocht ze langs komen afgelopen weekend. We hebben echt onwijs veel lol gehad. Het was weer even als vanouds. Ik vind het nog steeds balen dat ze naar een andere stad is verhuisd. Was die promotie dan zo belangrijk. Ze hadden al zo’n groot huis. En geld kwamen ze echt niet te kort. Maar ja er valt niks aan te veranderen. We hebben nu allebei een account aangemaakt voor een online spel. Toen Tasja thuis was hebben we allebei de mes aan gegooid en via de koptelefoon contact gehouden terwijl we in het spel zaten. Dat was echt lachen. Samen hebben we quest gedaan. We zijn zelf uitgenodigd voor een gilde. Met allemaal Nederlanders die dit spel spelen. We hebben echt zoveel plezier gehad.

14 oktober 2005
Het begint eindelijk weer een beetje als vanouds te voelen. Nu Tasja en ik elkaar weer iedere dag spreken. Naar school gaan is nu ook geen hel meer. Nu ik weet dat Tasja online komt als ik terug ben van school heb ik weer wat om naar uit te kijken. Tasja vertelde me vandaag dat ze van haar moeder naar het halloween feest mag. Nu mag ik ook gaan van mam. Ze weet dat ik bij Tasja veilig ben. Ik vergeet vaak dat Tasja 2 jaar ouder is. Maar kom op ik ben 16. En ik sla heus wel van me af als het moet. Dat doe ik op school ook. Vaak behandeld ze me nog als een kind. Ik ben blij als ik ook ouder ben. Dan mag ik hopelijk meer.

21 oktober 2005
Nog 10 dagen en ik ga halloween vieren met Tasja. Ik heb er zo’n zin in. Tasja en ik lopen al de hele week onze kostuums te bespreken. Morgen gaan mam en ik er een kopen. Ik ga lekker als weerwolf. Het maakt me niet uit dat al mijn geld van mijn bijbaantje er naar toe gaat. Ik wil gewoon een hele toffe tijd hebben. Tasja gaat als vampier. Het kostuum dat ze online besteld heeft is echt onwijs mooi. Maar ook erg duur. Van mam hebben we toestemming om tot twee uur te blijven. Dan moet Tasja me naar huis brengen. Mam zegt dat ze opblijft voor me. Wat helemaal niet nodig is. Ik heb toch een huissleutel. En ben verstandig genoeg om die te gebruiken. Maar goed moeders kunnen soms zo irritant zijn. Tasja komt me ophalen. Ze heeft gister haar rijbewijs gehaald. Ik ga morgen van de laatste centen die ik overhoud een leuk cadeau voor haar kopen. Ik weet nog niet wat ze heeft al zo veel. En ze doet aan de lijn. Dus snoep is ook geen optie. Dat geeft ze dan toch weg aan haar moeder. Of aan iemand anders die niet continu aan de lijn denkt. Ik ben blij dat ik alles kan eten wat ik wil en niet dik word. Continu lijnen lijkt me maar niks.

28 oktober 2005
Nog maar een paar dagen en dan is het zover. Ik kan gewoon niet wachten. Ma loopt trouwens de hele tijd preken te geven. Geen alcohol drinken. Niet met vreemde jongens omgaan. Bij Natasja blijven bla bla bla. Echt ik snap niet waar ze zich zo druk om maakt. Of er echt allemaal enge vieze mannetje rondlopen. Kom op ik wil gewoon lol in mijn leven hebben. Snapt mam dat dan niet. Dat ik geen kind meer ben. Dat ik bijna volwassen ben. Dan ik goed genoeg zelf na kan denken wat ik wel en niet moet doen. Echt waar moeders. Ik ga laten nooit mijn kind zo behandelen. Mijn kind mag later wel gewoon naar feesten gaan en lekker laat thuiskomen. Ik zal wel onthouden hoe het is om lekker uit te gaan.

4 november 2005
Het halloween feest was zoooooooooo ongelofelijk tof. We hebben de hele avond lopen dansen. Er liepen ook hele knappe jongens rond. Maar ja geen van hun woont bij mij in de buurt. Maar toch heb ik lekker lopen flirten. Wat is er nou erg aan flirten. Ik heb er zelfs met één lopen zoenen. En zoenen dat hij kon. Alleen jammer dat hij rookte. Dat was wat minder aangenaam. Maar ik heb er geen spijt van dat ik met hem heb gezoend. Alleen jammer dat we niet van emailadres hebben kunnen wisselen. Hij was er met zijn broer en moest ook vroeg naar huis. Ik kon zo goed opschieten met hem. Echt zo tof. Ik had hem graag als vriend willen hebben. Mam zou ook flippen als ik thuis kwam met een jongen. Ik heb haar ook maar niet verteld over die jongen. Natasja vertelde me trouwens gisteren dat ze een leuke jongen op het Internet heeft ontmoet. In een of andere chatbox. Ze wou me niet vertellen waar. Ze wou ook een chatbox hebben waar ik niet in zat. Aangezien we al in zoveel chatboxen samen zitten. Ik vind het minder maar accepteer het wel. Ik heb nog niet zoveel uit haar kunnen krijgen. Ze kent de jongen nog namelijk niet al te goed. Maar ze schijnt hele goede gesprekken met hem te hebben gehad.

13 november 2005
Natasja heeft van de week een foto gekregen van de jongen. Ze heeft hem ook aan mij laten zien. Hij is echt ongelofelijk knap. Ze spreekt meestal met hem af op de chat als ik naar bed moet. Zodat ze nog gewoon lekker veel lol met mij kan hebben. Ze is ook zo’n schat. Ze laat gelukkig geen jongen tussen onze vriendschap in komen. Ik hoor zo vaak van meiden dat ze vriendschap verliezen door jongens. Blijkbaar is bij hen jongens belangrijker dan vriendschap. Maar als het uit is weten ze niet hoe snel ze weer bij elkaar moeten komen. Dat is toch geen echte vriendschap. Gelukkig zijn Natasja en ik wel goede vriendinnen. Die no matter what vrienden blijven.

20 november 2005
Natasja vertelde me dat de jongen met haar af wilde spreken maar dat ze het niet durfde. Ik heb gewoon een heel uur op haar ingepraat. Waarom zou ze het niet doen. De jongen woont niet al te ver bij haar vandaan. Hij is van haar leeftijd. Erg lief en knap. Soms baal ik ervan dat Tasja zo bang is aangelegd. Ze is er nu over uit dat als ze hem iets beter kent dat ze met hem af gaat spreken. Dus ik hem me er maar bij neer gelegd. Maar ik ben nog steeds van mening dat ze het moet doen.

27 november 2005
Ik spreek Tasja steeds minder vaak online. Ze komt ook nog amper naar het spel. Ze heeft het veel te druk met die jongen. Ze ziet me gewoon niet meer staan. Ik ben weer helemaal alleen op de wereld. Op school wil niemand met me omgaan. Nu wil Tasja me ook haast niet meer spreken. Is er dan niemand die om me geeft. Wat heb ik mensen misdaan om dit te verdienen. Nou ja gelukkig zijn er op de chatboxen nog wel mensen die altijd lekker gezellig met me willen kletsen.

4 december 2005
Tasja heeft nu eindelijk weer eens een hele avond met mij lopen chatten. Zou eens een keer tijd worden. Ik ben al jaren haar beste vriendin. Ik wens niet aan de kant geschoven worden voor een of andere gozer. Maar goed Tasja gaat nu afspreken met die gozer. Ze heeft mijn advies opgevolgd. Ik mag misschien jonger zijn. Maar ben heus niet dom hoor. Zondag gaat ze naar hem toe. Ik heb beloofd niks aan haar ouders te vertellen. Ze denken dat ze naar mij toe gaat. Ze heeft beloofd me alles te vertellen als ze thuis is.

13 december 2005
Maandag belde de moeder van Tasja mij. Wanneer Tasja naar huis kwam aangezien ze haar mobiel niet opnam. Ik wist niks te zeggen. Toen ze zei dat ze Tasja wou spreken zei ik dat ze lag te slapen. 's avonds nam mam de telefoon op en zei dat Tasja hier helemaal niet geweest was. Ik kon niks anders doen dan het maar opbiechten. Dus ik heb verteld dat Tasja naar een gozer was. Mam was hellig. Maar ik snap niet waarom Tasja niet terug gekomen is. Waarom ze haar mobiel heeft uitstaan. Heeft ze het dan zo gezellig daar. Zo gezellig dat ze niks van zich kan laten horen. Dinsdag was Tasja overal op het nieuws. Of even heel Nederland naar haar uit wil kijken. Ze is nergens te vinden. Mam blijft maar bij me zeuren om het adres van die gozer. Maar ik weet niet eens waar hij woont.

20 december 2005
Nou ik heb mam toch maar de foto laten zien afgelopen zondag. Ze was al een week weg. Begon gewoon ongerust te worden. Ik heb zijn foto laten zien. En ik weet dat hij Kevin heet. Volgens Tasja moet hij in Boxtel wonen. Meer weet ik niet. Dus heb dat maar aan mam verteld. Maar mam wil maar niet geloven dat ik niet meer weet. Komt ze aan van ja Tasja en jij waren altijd dikke vrienden en vertelde elkaar alles. Dus je moet weten waar hij woont bla bla bla. Fijn dat ze het even erin boort dat Tasja en ik steeds minder hecht raken
Maandag was de foto van de jongen op het nieuws. Dinsdag was hij gevonden. Er waren tig interviews met hem. Maar hij en Tasja kennen elkaar niet. Niet via het Internet. Niet in het echt. Sterker nog hij woont niet eens in Boxtel. Maar in een klein gehucht in Friesland. Ik maak me zorgen. Zou mam dan toch gelijk hebben over die enge mannen. Iedereen op school komt maar de hele tijd naar me toe. Is Tasja al gevonden. Gaat het een beetje. Ik vind het zo erg voor je. Wat heb ik gedaan. Ik heb Tasja overgehaald naar hem toe te gaan. Zij wou het zelf nog eens niet. Het was ik die haar over haalde. Ik hoop dat ze haar terug vinden. Ik ben zo bang. Ze is mijn beste vriendin. Mijn enige vriendin. Ik wil haar niet kwijt. Tasja’s pc staat bij de politie. Ze zijn hem helemaal na aan het kijken. In de hoop een verwijderd bestand te kunnen achterhalen. Waar een adres in staat. Alle spullen van Tasja zijn na gekeken. Of er ergens een teken is van een adres. Er is een getuige die Tasja heeft gezien. Op zondag middag bij het station van boxtel. Waarschijnlijk heeft ze bij het station af gesproken zeggen ze op het nieuws. Ik ben bang. Wat heb ik haar aangedaan. Hoe heb ik me ooit haar vriendin kunnen noemen.

27 december 2005
Tasja is nog steeds niet terug gevonden. Op nieuws zeggen van die gemene dingen. Dat ze verwachten haar niet levend terug te vinden. Ze hebben zelfs alle bossen en meren rondom Boxtel uitgekamt. Maar ze moeten haar levend terug vinden. Ik wil haar weer in mijn armen sluiten. Zeggen dat het me spijt. Als Tasja dood is, is dat mijn schuld. Mam zegt dat het niet zo is. Maar het is wel zo. Ik heb haar overgehaald te gaan. Als zij dood is. Hoe kan ik dan nog iemand onder ogen komen. Ik Amy het meisje dat Tasja overhaalde naar een moordenaar toe te gaan. Ik ben zo bang. Mam wil me naar een psychiater sturen. Ze is bang dat ik er helemaal onder door ga. DUH ik heb Tasja erheen gestuurd. Het is allemaal mijn schuld. MIJN SCHULD. Maar iedereen zegt dat het niet zo is. Zien ze het dan niet. Zijn ze zo blind om de waarheid te zien. Als Tasja dood is ben IK schuldig aan haar dood. IK heb haar overgehaald daar heen te gaan. Ik ben gister even uit de kluwen van mijn familie ontsnapt en naar Tasja in Boxtel gaan zoeken. Ik heb bij iedere deur aangebeld die ik kon vinden. Ben daar naar binnen gestapt en naar Tasja gaan roepen. Maar een stel lomperikken heeft de politie gebeld. Snappen ze dan niet dat ik Tasja wil vinden. Dat ik haar LEVEND terug wil vinden. Zij hebben me naar bureau slachtoffer hulp gebracht. Om later opgehaald te worden door mam. Niemand begrijpt me. Ik heb Tasja dit aangedaan. Het is mijn taak om haar terug te halen. Ze is me enige vriendin. Iedereen op school komt maar naar me toe. Om te vragen naar Tasja of om me op te beuren. Eerst voor Tasja weg was moest niemand iets van me hebben. Nu ben ik het populaire meisje. Kunnen ze gewoon niet allemaal oprotten. Ik haat ze. Laat ze maar wijzen naar het meisje wat een moordenaar is. Als Tasja niet levend terug komt zal ik nooit meer vrienden nemen. NOOIT meer. Ik zal nooit meer op Internet gaan. Dan trek ik me terug voor de wereld. De wereld is beter af zonder mij. Ik ben gewoon een grote trut. Nee erger ik ben een moordenaar.

30 december 2005
Het is oudjaar dag. Ik hoor nog eens niet te schrijven. Maar Tasja is vandaag gevonden. Verkracht en vermoord. Wat heb ik haar aangedaan. Ik ben een moordenaar. Een kutwijf eerste klas. Als ik die verkrachter en moordenaar te pakken krijg ga ik hem helemaal af maken. Hoe heeft hij dat Tasja aan durven te doen. Hoe heeft hij de enige die van mij hield durven te vermoorden. Ik haat hem. Tasja was mijn beste vriendin. Mijn enige vriendin. De enige die om me gaf. Ik heb lopen gillen toen ik het hoorde. Om vervolgens uren te huilen. Maar nu de tranen op zijn is er alleen nog maar woede en haat. Tegen hem. Tegen mezelf. Ik ben mede schuldig aan haar moord. Hoe had ik zo naïef kunnen zijn. Waarom heb ik haar aangemoedigd. Als ik dat niet had gedaan had ze nu nog geleefd. Dankzij mij is ze dood. Dankzij mij is ze verkracht. Dankzij mij is ze daar heen te gaan. Welke hufter heeft het lef gehad om mijn vriendin te vermoorden. Welke klootzak heeft haar gewurgd en in een moeras gedumpt. Waarom. WAAROM. Wat heeft zij misdaan. Ze deed nooit een vlieg kwaad. Ik had verkracht en vermoord moeten worden in plaats van haar. Dan was de wereld verlost van mij. Daar was iedereen beter op geworden. Vanavond viert iedereen feest omdat het nieuwjaar is. Maar ik zal rouwen om haar dood. Net als haar familie. Mam wil me laten opnemen in een psychiatrische inrichting. Ik denk dat ik maar toestem. Daar kan ik ten minste niemand meer kwaad doen. Daar kan ik niemand meer de dood in sturen.

Inwinyàre Aranel
2 February 2008, 23:13
'Misluktheid der liefhebben'

Wahoe, vrij van school! Natuurlijk gelijk de inleidende feesten, drukte van het afsluiten van sportseizoenen, school en al die zooi. Well, dan heb je ineens vrije dagen. 2 weken lang elke ochtend met bewolking in de kas werken, elke middag in de zon aan het meertje liggen. 's Avonds nog wel eens een filmavondje, een beter leven kan je je toch niet voorstellen?
Ach ja, er was wel eens geroddel of geruzie, er waren wel eens wat mensen dronken, en er werd aardig wat afgerookt, geblowd en gezoend. Glad dat ik niet aan roken of blowen doe, en ze mij toch niet dronken krijgen. Dat zoenen is soms wel even lekker, eventjes mijn behoefte naar aandacht van een jongen voldoen. Nuja, daarmee sluit je een hoop vriendschappen, en wordt het op het laatst echt gezellig druk. Maar dan begint de vakantie officieel. Net als je lekker met elkaar omgaat, gaat ineens de helft voor 2 weken op vakantie. Gelijk is het weer down, mensen geen zin meer om iets te doen. De 2e week klaart dan iets op, het weer wordt weer beter, je gaat een beetje shoppen, en aan het eind van de week heb je weer tijd tekort om aan het meertje te blijven liggen.
Toen was het al zaterdag, de dag dat de meeste mensen weer thuis kwamen... en ik dus wegging. Ik baalde als een stekker, maar ach, wat doe je ertegen als je met je ouders op vakantie gaat? Ik mocht al zelf de camping uitzoeken (natuurlijk degene met de meeste jongeren ).

Enfin, in de auto onderweg, waren we er al vrij snel voor het gevoel. We hadden een Rent-A-Tent, dus het was spullen neergooien en camping verkennen. Leuk riviertje waarin je dammetjes kon bouwen dus hup met de hond en je broer kijken of daar nog leuke mensen waren.. niet echt, maar de wild waterbaan was wel leuk.
Tja, zaterdagavond lijkt mij dus echt een avond om te chillen.. dus ik de camping rondgezocht, maar niemand boeiends te zien. Achja, dan maar weer ouderwets spelletjes spelen met de fam.. en zondag maar weer, want bij het kampvuur zaten alleen de 5 jaar jongere, waar ik dus niet echt mee op kan schieten.
Toen werd het maandag, ik naar het café, zijn daar mijn overbuurjongens. Super gezellig, wij naar een barretje toe, awel, zij stonden er dus al een week. Ze waren die week omgegaan met Sander, een kale gabber, vet coole gozer.. alleen zondagavond had hij dus mijn vette rastabuurjongetjes proberen te beroven van hun wiet (ja, ook daar blowden mensen). Mijn overbuurjongen, Rik, werd medeplichtig genoemd door Kevin, dus toen Sander van de camping afgetrapt werd, kreeg Rik de laatste waarschuwing. Waar dus niets van klopte, en toen de baas dus navroeg bij de rastamannetjes hoe het zat, vertelden ze dus dat Rik juist hen had geholpen.. Laatste waarschuwing dus ingetrokken, maar hij zou wel in de gaten worden gehouden.
Och, dinsdag weer naar het barretje, toen weer naar het campingcafé, daar weer een waarschuwing gehad, omdat Rik lonsdale droeg, wat hij overigens niet uit racistische overwegingen droeg, maar vanuit zijn kickboksvereniging. Woensdag ook nog een waarschuwing, ze waren te asociaal tegen de mensen die in het campingcafé werkte.. vind je het vreemd, als je 18 bent, en ze vragen je elke dag om je id? En dan vooral als je meisje, die 15 is, het nooit gevraagd word. En dan bestel je een patatje, duurt het een uur om hem te krijgen.. Als je dan na een half uur gaat vragen waar hij blijft, dat is toch normaal?
Dinsdag bij het kampvuur was helemaal mooi. Iemand van de leiding vroeg of ze er niets meer op wilde gooien, omdat de rook hun richting opstond. Maar toen ging de helft van hen weg, en die gooide toen zelf een hoop spullen op het vuur. Dat is pas goede samenwerking.. Even gepraat en toen weer vrienden gesloten, waren best wel aardige mensen vooralsnog. Wij woensdagavond naar het kampvuur, zat Kevin daar. Rik ging ernaartoe, om te vragen waarom Kevin hem nou vals ging lopen beschuldigen.. uiteindelijk draaide het eropuit, dat ik Rik meetrok naar de camping, en Eline Kevin vasthield.. Een vriend van Kevin had ondertussen ook nog even Rik bedreigt met een mes, dus de volgende ochtend was Kevin weg.
Inmiddels hadden mijn broer (meer bekend als broertje, hoewel hij 1,5 jaar ouder is) en Pim (de vriend van Rik) ook twee meisjes aan de haak geslagen: Julia, een niet al te slank meisje, wel gezellig, en Nankie, een meisje dat eruitzag alsof ze 8 was. Ahwel, het waren gezellige meiden, dus het was wel leuk.
Maar donderdag deed Julia dus vreselijk afstandelijk tegen mijn broer.. wat was er mis dan? Tja, ze had dus wat dingen gedaan op dinsdagavond met een jongen, Robert, en de volgende dag kwam hij naar haar toe om te vertellen dat het een 'ongelukje' was. Toen Rik dus die jongen zag donderdagavond, werd hij weer boos. (Voor nog een beetje goed te praten: hij heeft een agressieve vorm van ADHD, zodat boosheid op iemand kan leiden tot een soort van black out, dat hij niet doorheeft wat hij doet) Rik liep naar Robert toe, maar ik liep gelijk mee, ik wist dat het mis ging. Robert ook weer gered van de ergste klappen, wij weer rustig ergens gaan zitten.
Weer nieuwe vrienden gemaakt daar.. Pascal, die was die dag aangekomen er liepen nog 4 jongentjes rond van 11/12 jaar. Ze werden benoemt tot Rik en mijn zoons, en gingen gezellig mee naar de campingbar. Daar het dramatische verhaal gehoord, dat een van die jongens dus 2 drugsverslaafde ouders had (zijn moeder was dood) en dus in een pleeggezin, en zijn pleegvader was ook overleden. Weer terug bij het kampvuur hadden we mijn broer, Pascal en Pim tot ooms benoemt, en Nankie tot tante.
En toen.. 11 uur, was er vuurwerk in een dorp in de buurt vanwege het grote belgse feest.. Rik en ik gingen op de heuvel zitten om ernaar te kijken. Het was super mooi om te zien, het vuurwerk, die heldere hemel, en Rik. Voor de zoveelste keer gezoend, het was mooi daar. Weer bij het kampvuur, kregen we nog te horen dat Nankie dus op haar zevende was verkracht, weer iemand met een levensverhaal erbij...
Eenmaal terug bij de tent, waren mijn ouders en mijn broer er niet. Er lag een briefje dat ze naar vrienden van ons waren die per toeval op dezelfde camping stonden. Ik daar ook naartoe, trof ik mijn ouders en mijn broer daar dronken aan. Na een half uur ben ik weer naar de tent gegaan met mijn broer en gaan slapen. Een uur later kwamen mijn ouders thuis, maar die sliepen in no time.
Vrijdagavond, het grote drama van mijn vakantie. Er was een meisje, Diana, die met Rik wilde zoenen omdat hij een tongpiercing had. Nouja, Rik is niet van mij, dus van mij mocht het. Maar dat was niet even 5 minuten... na 1 uur liepen ze nog steeds met elkaar zonder te zoenen. Ik was het zat en bleef bij een paar streekgenoten staan. Samen met hun ben ik naar het kampvuur gegaan, en uiteindelijk zag ik Pim daar ook. Ik vroeg waar Rik was.. Hij was weg met Diana. Ik was boos en verdrietig, ik was het zat, hij had gewoon met dat meisje kunnen zoenen en daarna weer naar mij kunnen komen. Nouja, nou zou ik hem krijgen ook. Eerst had ik met één van die streekgenoten gezoend. Daarna was ik naar Rik toegegaan en had hem een knal op zijn bovenbeen gegeven. Ik liep toen weer weg, en iedereen was trots op mij.
Na een half uur ben ik naast Rik en Diana gaan zitten, half huilend, vertelend dat ik Rik niet snapte. Diana probeerde me te troosten, en ik ben toen met Rik gaan praten. Het was dus 1 groot misverstand uiteindelijk. Ik liep weer terug met Rik naar de tent, afscheid genomen van iedereen daar, en toen lag ik om 4 uur in bed.8 uur 's ochtends moest ik er weer uit. Tas inpakken, tent schoonmaken, nog meer afscheid nemen en in de auto naar huis. Halverwege de rit belde Rik nog, waarvoor? Ik denk omdat hij mijn stem wilde horen ofzo?
Thuisgekomen pakte ik snel de tassen uit, gingen we eten en ben ik naar een vriendin gegaan, want die zou laat in de avond naar Ibiza vertrekken. Daar ben ik 2 uur gebleven, toen weer naar huis. Zondag zat ik er dan ook helemaal doorheen. Ik miste Rik, verveelde me, en wist niet meer wat ik nou echt voelde voor Rik. Gelukkig kwamen er 's avonds 5 meiden film kijken, toch de nodige afleiding en updates van wat er thuis gebeurt was.
Maandag was ik naar utrecht gegaan met mijn ouders, dat was wel weer gezellig enzo. Maarja, Rik... Ik heb dindag gewerkt en me verveeld, woensdag gewerkt, me verveeld, en met nog een andere vriendin de hele avond zitten praten. Donderdag ging ik werken. Daarna naar de kermis, niet dat er veel aan was, aangezien hij al 10 jaar hetzelfde is. Thuis gaan eten, en toen weer naar de kermis. Daar de hele tijd rondjes gelopen, weer een hoop mensen gezien. Om 10 uur bij mijn nichtje gaan staan, daar nog een hoop gekletst, al met al erg gezellig. Alleen vrijdag moest ik dus weer 6.15 mijn bed uit. Met veel moeite was ik op tijd op mijn werk, waar te zien was dat het nogal gezellig was in het dorp. Uit mijn werk ben ik mijn bed ingedoken, en heb ik tot 5 uur geslapen. Daarna ging ik op msn, en toen kreeg ik het te horen waar ik heel de week al bang voor was.
Om eerlijk te zijn, ik ben nog nooit écht verliefd geweest op een jongen, en over het algemeen heb ik mijn gevoelens erg goed onder controle. Ik kan mijn verdriet onderdrukken, als ik zin heb om vrolijk te zijn bijvoorbeeld. Maarja, blijkbaar ben ik dus wel een soort van verliefd geworden op Rik. Heel de week had ik het gevoel dat er een zware mistbank in mijn buik lag. Waarschijnlijk was ik gewoon bang, dat hij eigenlijk niets om mij gaf, en daarom niet compleet verliefd wilde worden op hem. Heel de week heb ik mij slecht gevoeld, ongelukkig. Maar toen ik vrijdagmiddag via msn van Diana te horen kreeg, dat Rik mij niet meewilde naar het karten, en Rik mij dus ook de hele week nog niet gebeld had, begon het bij mij echt wel te dagen. Ik was boos op mezelf, dat ik de hele week zo dom had gedaan, ik had het gewoon gelijk moeten weten en hem moeten vergeten. Ik heb 5 minuten gehuild, een kussen in elkaar geslagen en met een vriend gepraat, en toen was ik weer vrolijk.
Ik snap dat nog niet van mezelf. Je hebt zoveel meisjes, die gewoon maanden lang nog doorhuilen om zo'n jongen, terwijl ze er echt niet zoveel om geven, maar ik had na 5 minuten gewoon al het gevoel dat ik het gelukkigste meisje op aarde was... Ben ik dan echt zo ongevoelig?

Nu, maanden later, werd ik op msn ineens weer aangesproken door Diana. Totaal verrast ontstond er wel een leuk gesprekje. Uiteindelijk belandde we weer op het onderwerp Rik. Over hoe het toen gelopen is en dat hem ons eigenlijk weinig meer kon schelen. Gewoon een jongen van vakantie, een vakantievriendje voor de lol. Ook over dat twee weken na de vakantie Rik is opgepakt. Blijkbaar was het een gedreven drugsdealertje thuis, hij heeft 2 maanden moeten zitten vanwege drugsbezit. Op zo'n moment moet je toch wel erg lachen dat het nooit iets geworden is. Want zelfs al had hij meer gewild van mij, had het uiteindelijk niets geworden. Een week daarna sprak ik Pim nog op msn. Hij had ook gebroken met Rik, waarom is me nog steeds een raadsel. Blijkbaar is er toch iets gebeurd dat een goede vriendschapsrelatie ook nog kon vernietigen. Anyways, om het hoofdstuk Rik maar te besluiten kan ik zeggen dat de rijkste toch weer de armste blijkt te zijn, want ik heb mijn vrienden thuis nu nog, ben totaal gelukkig met m'n vriend en hou van de wereld. Hoe het nu met Rik gaat.. geen idee, maar eerlijk gezegd kan het me ook geen drol schelen!

Inwinyàre Aranel
2 February 2008, 23:14
Onvergetelijke kerstdagen

Zondag, 19 december, 2004
Vrijdagavond het ik iets heel absurds meegemaakt. Om 5 uur ’s avonds, terwijl het góót welteverstaan.
Ik ging langs de deuren om de mensen (zoals ik het altijd verkeerd zeg) “een gelukkig nieuwjaar en prettige feestdagen” te wensen, intussen de kranten bezorgend. Ik loop naar het huis van zo’n kerel die ik soms tegenkom als hij de hond uitlaat. Het is de neef van onze ex-buren. Had eerder een praatje met hem gemaakt, aardige kerel, ondanks het feit dat mijn ma hem raar vindt.
Ik parkeerde mijn fiets onder het poortje (een soort tunneltje), waar ook huis boven zat. Daarna kwam ik op een kleine open plek, een soort binnentuintje met aan de zijkanten twee ‘voordeuren’. Nergens brandde licht. Ik belde aan bij de deur aan de linkerkant. Even later, een even dat niet zo kort duurde, ging er licht aan. Door de vitrage zag ik hoe de man omhoog kwam van een bank en me chagrijnig aankeek. Zijn hond begon te blaffen. Ik dacht: oh shit, die kerel zal wel chagrijnig zijn omdat ik hem wakker maakte.
Een tijdje later hoorde ik een bons. En ik stond daar maar te staan voor die deur in de stromende regen.
Dan gaat de deur langzaam open. Ik zie de hand bij de klink en volg die naar de man die languit op de grond zit. Met zijn ogen half naar boven gerold keek hij me aan en hij wiegde heen en weer alsof hij net van een ronddraaiende bureaustoel was gevallen. Ik dacht: oh shit o shit o shit; wat is dit?! Zou dit het punt zijn waarop ik me om behoor te draaien om vervolgens hard weg te rennen? Ik bleef echter staan en stamelde: ‘“ehm, euh, prettige feestdagen…”’
De man keek me aan alsof ik gek was. Ik vroeg me dringend af: oh what the…
‘“Wa, tuuke owhaal bi doemee lo,”’ mompelde de man, of zoiets was het tenminste. Dan schuifelt hij naar de muur tegenover de deur en graait naar de jas die aan de kapstok boven hem hing. En hij graait, en graait, en graait. Hij zocht duidelijk naar zijn jaszak.
Het góót. Ik dacht: ja hallo, lekker hoor. Een paar minuten later zeg ik: ‘“Ja, meneer, dat hoeft écht niet hoor.”’
Hij graait verder en ja hoor, eindelijk vindt hij wat hij zoekt. Met zijn benen nog steeds wijd over de grond uitgespreid graait hij nu in zijn portemonnee. En ja hoor, hij weet er dan toch een briefje van vijf uit te vissen. Nog steeds heen en weer wiegend, af en toe bijna omvallend geeft hij het aan. Het lukt mij het briefje aan te pakken (duurde even want de arm bewoog met de man heen en weer). Nou, mijn beurt nu. Ik geef hem de krant aan (de meeste mensen pakken die als eerst aan als ze de deur opendoen, maargoed) en na een paar keer misgrijpen heeft hij hem te pakken.
Vervolgens kijkt hij me weer aan, alsof hij nog iets verwachtte. Ik dacht: hé waarom gebeurt dat nou weer bij mij…
Omdat de man zwijgt, zeg ik: ‘“zal ik de deur dan maar dichtdoen?”’
‘“Haa, bie,”’ antwoordt hij, wat naar dat ik aannam ‘ja alsjeblieft,’ betekende. Ik trok de deur met een klap dicht en liep weg. (de rest van de huizen besloot ik zaterdagochtend af te gaan, dus ik heb ze nu mooi allemaal gehad voor we op vakantie gaan)

Dat was me wat zeg, ik hoop dat ik die kerel voorlopig niet tegenkom. Op zich is het best grappig. Desondanks heb ik het maar niet tegen m’n ouders gezegd (ik zie ze er best voor aan te zeggen dat ik dan geen avondkranten meer mag bezorgen), maar toen ik vrijdagavond bij een vriend langsging hebben we wat afgelachen zeg, geweldig. Toch vraag ik me nog af wat die man nou had. Te veel gedronken? (om vijf uur ’s middags?) Of was hij aan de drugs? Het enige dat zeker is dat ik hem nu ook raar vind, net als m’n moeder. Dit belooft in ieder geval een memorabele kerstvakantie te worden. Ik zie uit naar de kerst bij mijn opa en oma.

24 december 2004, Italië. Kerstavond.
Locatie: Adriatische kust, net buiten Riccione. Traditiegetrouw vieren we hier kerstmis, samen met mijn oma en opa die hier wonen. Zou ik ook wel willen, op loopafstand (drie kwartier) van zee. Het was niet erg mooi weer vandaag, het miezerde de hele dag. Gisteravond zijn we thuis vertrokken en vanmiddag kwamen we aan. M’n pa, die de hele rit achter het stuur gezeten heeft, ligt nu al boven te pitten. Normaal gaan ik en mijn zussen s’avonds het dorp in op kerstavond, maar het is koud en nat buiten. Lekker weer om thuis te blijven. Op de benedenverdieping (we zitten in zo’n smal hoog rijtjeshuis met twee bovenverdiepingen) hebben m’n opa en oma een ouderwetse openhaard, dus dat is lekker warm. We hebben een beetje voor de tv gehangen. Niet dat ik er iets van verstond, maar ik gok erop dat het dezelfde soort programma’s waren als die mijn andere oma thuis altijd kijkt. Omroep Brabant enzo. Gare muziekprogramma’s en van die saaie detectiveseries (die Nederlandse). Maar hier dan in het Italiaans natuurlijk.
In ieder geval ben ik blij om er even tussenuit te zijn. Ik heb het helemaal gehad met school en de afgelopen dagen waren nogal hectisch. Voor de kerstvakantie moest er (natuurlijk) heel wat ingeleverd worden en thuis was iedereen een week van te voren zijn tas al aan het inpakken (en als die ingepakt is nog driemaal controleren). Afgelopen twee jaar hadden we toevallig genoeg op de heenweg naar Italië een lekke band dus ik was al bang dat dat weer zou gebeuren, maar we hadden een meevaller dit jaar. Dankzij het langs de deuren gaan op mijn krantenwijk heb ik in ieder geval wat zakgeld om uit te geven. (mijn salaris is nog niet gestort, en de opbrengst van het langs de deuren gaan was toch wel 90 euro). Het is welletjes geweest afgelopen weken. Nog even lekker relaxen, zonder huiswerk, zonder lugubere kerels, en ook nog eens ver weg van al die ellende. Straks al richting eindexamens, als we terugkomen. Dat wordt nog wat. Mij kennende zal ik wel niet leren. Bij schoolexamens gaat dat makkelijk, maar ik heb het gevoel dat ik voor de centrale examens wel wat meer moet doen.

25 december, 2004
Vandaag was een dag om nooit te vergeten. Althans, dat zei mijn opa. De laatste tijd geniet hij echt van z’n leven. Ik zie het aan de twinkeling in zijn ogen als mijn kleine zusje paardje rijdt op zijn knie, aan de lach op zijn gezicht toen hij zijn kerstcadeautjes uitpakte (oma gaf hem een fraai boxershort met hartjes erop), en aan die lege vooruitziende blik waarmee hij soms uit het raam kijkt. Hij weet wat er gaat gebeuren, en over een paar weken ligt hij hoogstwaarschijnlijk aan de beademingsapparatuur in het ziekenhuis. Maar hij lijkt het geaccepteerd te hebben. Ik snap niet hoe je zoiets kunt accepteren. Om te weten dat je dood gaat… ineens gewoon niet meer bestaat. Toch is het vrij nutteloos om erover na te denken. Als je dood bent weet je het immers zelf niet omdat je er niet meer bent. Maar nu lijkt het me een beangstigende gedachte. Je hebt geen invloed meer over wat er gebeurt, als de dood je meeneemt en je mee de vergetelheid in sleurt. Ik voelde vanmiddag een kleine jaloersheid op mijn opa. Niet omdat hij straks dood gaat, maar om hoe hij ermee omgaat. Hij bant het niet uit zijn gedachten, maar houdt het bij zich en neemt elk moment dat hij beleeft in zich op, om het straks voor altijd bij zich te kunnen houden.
Vanmiddag zijn we naar een heel apart dorpsfeest geweest. We wandelden langs de kade (erg langzaam, want mijn opa kan niet zo snel meer), en links was een pleintje, met huizen eromheen. Aan de zijkant van het plein stonden wat muzikanten, die ouderwetse deuntjes speelden. Een beetje oubollige muziek, zoiets waarvan mijn opa en oma houden (mijn ouders trouwens ook). Niet dat er alleen oude mensen waren, integendeel. Vooral mensen van mijn leeftijd, en van in de twintig en dertig. Wat hebben we gedanst vanmiddag zeg. Ik, mijn zus en jongere zusje en mijn ouders. Het was geweldig, om jezelf los te laten en te laten gaan, samen met andere mensen die ook een normaal leven leiden, maar op de middag van de eerste kerstdag naar het dorpsplein gaan om te feesten. Dat is natuurlijk wel vaker in Italië, vooral ’s avonds, maar het was toch enorm gezellig. Wel vermoeiend. Een voordeel was wel dat ik ’s avonds extra veel honger had. Ik hou niet zo van buitenlands eten (ik heb ook geen idee wat het precies was), maar het was erg lekker. Hopelijk wordt het morgen net zo’n fantastische dag als vandaag. Mijn opa verdient het. En ik kan het ook wel gebruiken.

10 januari, 2005
Er is niet veel dat ik me herinner. Flarden. Momenten. Pijn.
De donderklappen waren keihard, drie keer zo hard als de enkele harde klap die je in Nederland wel eens hoort. De grond schudde ervan, zo erg. We keken naar buiten naar de bliksem die om de luttele seconden dichtbij insloeg. De ruit van het koffiehuis waar we zaten (vlakbij zee) was voor de helft beslagen. Mijn vader keek geanimeerd naar buiten. Ik ook, maar ik kon mijn blik niet wijken vanwege de angst die me de adem benam. Ik kan mijn angst normaal wel onder controle houden als het onweert, maar dit was niet normaal. De golven van de zee sloegen met brute kracht tegen de ophoging achter het strand. De spetters kwamen er bovenuit. Ik kon de herrie van de wind niet van die van de zee onderscheiden. En de donder, het was alsof de hel op aarde losbarste. Het liefst zou ik wegrennen, maar niet hier zitten, wachtend tot er misschien iets gebeurt. Minuten streken voorbij. Volgens mij passeerde er zelfs een heel halfuur, maar wie zou het nu nog zeggen. De bui leek niet dichterbij te komen. Op de een of andere manier was het beangstigend dat de klappen niet harder werden. Achter me aan de bar lachte iemand luidruchtig, terwijl ik de neiging had bij iedere donderslag die ik hoorde mijn vingers in m’n oren te stoppen, zo hard. Ik voelde het dreunen in m’n maag. En toen gebeurde het.
De wereld om me heen ontplofte. Ik werd verblind door de duizenden spetters licht die op de plekken uit het plafond sprongen waar ooit spotjes hadden gezeten. Een steekvlam schoot uit een dichtbij zijnd stopcontact en schroeide mijn haren. Vlakbij de bar ontplofte letterlijk iets. Het gebouw schudde op zijn grondvesten. Ik zakte met mijn handen tegen mijn oren gedrukt en mijn ogen stijf dichtgeknepen naast mijn houten stoel op de grond, onder dekking van de tafel. Ik voelde nu pas de schok die door mijn lijf ging. Een enorme druk klapte tegen mijn borst en pijn explodeerde in iedere vezel van mijn lichaam. Iemand loodste mij – tegen mijn krachteloze verzet in – naar buiten. De ijskoude lucht verergerde het brandend hete gevoel dat door mijn lichaam en geest gierde. Grijze vlekken dansten voor mijn ogen. Geraas in mijn oren overstemde het geluid van de bulderende golven. In de verte weergalmde een stem, maar ik begreep het niet. De wereld was vol onbegrip. Vlak voor ik weer op mijn knieën zonk werd ik meegetrokken. Ik strompelde zo snel als ik kon voort, half meegetrokken, half op eigen kracht. Ik besefte dat het regende. Druppels zo groot als vingertoppen roffelden met een luid geraas tegen de straatkeien, waar de dag ervoor oubollige muziek had geklonken. Alsof de regen de waas voor mijn ogen wegspoelde begon ik wat helderder te zien. Een grote gedaante keek vluchtig om zich heen en voerde me naar een smalle portiek. De donderklappen deden me ineenkrimpen, maar ik rende door. De regen maakte zo’n herrie dat ik de klappen alleen voelde en zag door de lichtflitsen die tegelijkertijd de inktzwarte hemel verlichtten. Ik viel half tegen de muur in de portiek aan en mijn hartslag bonkte door mijn gekneusde lichaam. De donkere ogen van mijn vader keken me bezorgd aan. Hij hield me overeind, maar het was tevergeefs. Ik trok mijn voeten weg van de drempel toen ik ontdekte dat het plein buiten bedolven was onder een ijzige laag spierwitte hagelstenen. Ik voelde het lichaam van mijn vader tegen het mijne. Ik was veilig…
Vanaf dat moment herinner ik me niets meer. Wat ik nu voel, gaat verder dan wat ik voelde op 26 december. Deze pijn reikt tot diep in mijn ziel.

Het eerstvolgende dat ik me herinner waren de gezichten die boven me hingen toen ik mijn ogen opende, op 27 november. Mijn moeder stond rechts van het schone ziekenhuisbed. Her en der zaten korsten op haar gezicht, alsof ze was geraakt door rondvliegend glas. Mijn vader stond naast haar en zag er prima uit. Mijn oma zat op een stoel een eindje verderop. Ze keek me niet aan, maar keek bedroefd naar haar vale schoenen. Mijn oudere zus stond in de deuropening en gaapte me aan. Het eerste dat ik me afvroeg was niet waar ik was of wat er gebeurd was (ik wist het op dat moment niet meer), maar waar mijn kleine zusje was…

11 januari, 2005
Na verloop van tijd was het allemaal weer teruggekomen. De doodsangsten die ik uitstond toen de storm naderde. De bliksem die insloeg in het koffiehuis. De gloeiende spetters die overal doorheen smolten, en de penetrante geur van verbrand vlees (die ik me vreemd genoeg ook pas later herinnerde. Of misschien verzin ik het er wel bij, nu ik weet dat….
Ik durf nog steeds niet te beseffen wat er gebeurd is. Er is een wanhopige leegte in mijn ziel, die me bijna dwingt omhoog te kijken en het uit te schreeuwen. Waarom? Ik zie telkens voor me hoe haar blonde haren dansten in de wind tijdens het feest op het plein, op eerste kerstdag. De glimlach die om haar lippen speelde, haar blauwe ogen die twinkelden, net als die van mijn opa altijd deden. En dat prachtige moment, die bloedmooie memorabele herinnering wordt iedere keer verdrongen door een oogverblindend licht, schrijnende hitte en de geur van brandend vlees die mijn neusgaten binnendringt.
Ze was op slag dood. Zo luidden de woorden van mijn vader die mijn onuitgesproken vraag beantwoordden toen ik wakker werd op 27 december. Ik vergat zijn barsheid te vervloeken toen ik besefte wat het betekende. Ze was weg. Verdwenen. Ze zou nooit meer een gedachte hebben. Nooit meer een vrolijke twinkeling in haar ogen. Haar haar zou nooit meer dansen in de wind… Vuur. Hitte. Vlees.

20 januari, 2005
Ik mis haar. Ik mis haar geklier, gepest en haar enthousiaste verhalen over wat ze op school heeft meegemaakt. Dit had nooit mogen gebeuren. Ze had niet bij me weggenomen mogen worden. Ik heb het gevoel alsof mijn tranen op zijn. Alsof mijn leven als zand door mijn vingers glipt. Maar dat is niets vergeleken met wat er met haar is gebeurd, het onrecht dat haar is aangedaan. Gisteren heb ik een afscheidsgedicht geschreven en voorgelezen bij haar graf. Ik heb een jonge esdoorn geplant op het perkje, zodat op een dag de vurige herfstbladeren van de boom net zo zullen stralen als mijn zusje deed toen ze leefde. Ze zal voortleven. In mij, en in het hart van mijn andere zus en in mijn ouders. Mijn vader gaat morgen weer aan het werk. Ik zou weer naar school moeten gaan, maar school lijkt me iets uit een ver leven in een diep verleden. Ik heb mijn krantenwijk opgegeven. Het is alsof alles uit mijn vroegere leven me een schuldgevoel geeft als ik me er weer aan waag. Dingen die zij nooit meer kan hebben. Dingen die zij in haar toekomst misschien had gedaan. Het is alsof er een gat in mijn leven is gevallen dat nooit meer gevuld word.

25 januari, 2005
Mijn oma logeert bij ons. Opa is begraven in Riccione, aan de Adriatische kust. Ik voel nog steeds genegenheid voor hem. Ik wist dat hij ertegenop zag om zijn volle en fijne leven op te geven en zijn dagen te slijten onder het saaie plafond van een ziekenhuis. Hij is enkele dagen na 26 december gestorven aan een hartaanval. Het is spijtig dat hij al deze ellende ook nog heeft moeten meemaken. Misschien was dat te zwaar voor hem en kreeg hij daarom een hartaanval. Het lijkt me een enorme klap al je enorm van je leven geniet en er dan zoiets ergs gebeurt. Voor mij is het dat wel tenminste. Maar mijn opa rust nu vredig. Het geluid van tot rust gekeerde golven waakt over hem, net zoals de esdoorn over mijn zusje zal waken.

17 februari, 2005
Ik heb mijn leven weer enigszins opgepakt. Ik voel me vaak verslagen, met een waas van verdriet over me heen, maar ik moet verder. Mijn examens komen eraan, en daarna komt het begin van een hernieuwde toekomst (ik heb besloten psychologie te gaan studeren, zodat ik op een dag mensen kan helpen die net zoiets vreselijks hebben meegemaakt).
Mijn zusje zou niet gewild hebben dat ik mijn toekomst zou uitstellen door mijn leven voorbij te laten strijken en te zakken voor mijn examens. En ik ook niet. Ik heb besloten me niet meer terug te trekken, maar me ten volle te geven. Ik moet dit doen. Het heeft geen zin om je leven voorbij te laten gaan, want het zou zo ineens over kunnen zijn, dat heb ik wel geleerd. Maar ze zal altijd bij me blijven, in mijn hart en in mijn ziel. En samen met haar zal ik alle moeilijkheden overwinnen die op mijn pad komen, nu en in de toekomst.

Inwinyàre Aranel
2 February 2008, 23:15
Thirteen days to midnight

Day 1

Tuesday, July 25th , 2006

Well, this is my first entry in my lovely new diary that I from my grandparents back in Japan. Doomo arigatou, sofu to soba!. Anyhow, I’m writing this while we are on the plane back to Australia. Mom and Dad have already fallen asleep. Josh and I are the only two still awake. Well, Josh is ‘awake’, as in, he is listening to his TwoCents album again and the music is pumping so loud it is amazing no one has reprimanded him for it. From time to time, he makes these weird hand movements, just like his idol on TV. He wants to be rapper, my brother, and demands he gets to wear the same clothing as his hero. Mom and Dad spoil him, of course, in this weird fad of him. I am not blaming them, however, as Josh is only twelve. A lot could happen during high school.

Japan was fun (tanoshikatta! ^_^). Though it was hard attuning my ears to Japanese again, we speak English at home (though Mom tends to switch to Japanese when she is really upset :P), I got by. We are a bit of a strange family, I agree with that, at the least. My dad is Australian and my mom Japanese, so it is kind of East meets West. Although Japan has westernized at an alarming rate, It still feels really weird being there as a part Japanese.
I had a great time though and the diary is wonderful. It’s this black book with a lock on it, with an inlaid picture depicting a lotus with a phoenix coming out. I absolutely love it! I cannot wait to show this to Alex when I get home and my ass back in college. ^_^

The stewardess has just lit the “Fasten Seatbelt” sign, so we are almost ready to land. I’d better stop writing and tuck this away in my luggage, so I will not forget it. Write in you again, soon!

Day 2

Friday, July 28th, 2006

I just got back from the introduction day at college, an opening ceremony celebrating the new start of the semester. Of course Alex and snuck out and smoked outside. Alex told me about her summer holiday. She spent her time working over the summer and exclaimed that she really missed me during that time. (Which was pretty apparent as she practically squeezed me to death, hugging). Apparently she broke up with Brian, that asshole cheated on her, and she had caught him red-handed. She seemed to take it in quite timidly, but I know better. Inside, she’s torn apart by his betrayal. I remember how I felt when Daniel broke up with me, I was torn to shreds, but luckily I had Alex around to help me pick up the pieces. I feel it is my responsibility to help her out.
Ah, and I’m sorry I haven’t written in a while, I was recovering from some minor jetlag. Gomen ne. This reminds me, I still need to prepare my English Literature class. Write you soon.

Day 3

Monday, July 31st , 2006

Had a bad weekend, parents were fighting. Something to do with dad’s job at ChemCorp., about him spending too much time there. I opted going to Alex, to sleep over, but I needed to stay with Josh. Josh hates it when the parents fight. So do I, but I cannot let Josh face it alone. I’m not that bad of an elder sibling. Damnit! I hate it when my parents do this. They slept apart this night. I’m writing this during my English Literature seminar, I did not see them this morning, when I woke up. I hope they are alright, and have settled their differences.

Damnit! Professor noticed me not paying attention. Note: finish this at home.

I’m home and Mom isn’t back yet. Neither is Dad. When Josh got back I asked them where Mom had gone off to. He said he didn’t know and he had not seen her in the morning either. Normally, Mom is back home, working on her translations and greets us when we get back. It’s really not like her to be out and about. I wonder what happened.

I heard the front door slam, Mom must be back, hope everything is alright.

Day 4

Tuesday, August 1st, 2006

Everything is not fucking alright! My Mom and Dad had a major fight and Dad left. I don’t know if it’s temporary or something, just that he took some suitcases and left. Mom says that they just need some time off, some ‘space’. I skipped college today, together with Alex, of course, I’m writing this under a tree in the bush nearby, Alex has gone to get some smokes and something to drink. We think of going to the abandoned house on Tazman Street. It was one of our old hangouts and we’ve slept there many a summer. I hate to leave Josh alone with Mom, but I cannot take it anymore. Shit! Shit! Shit! Shit! Shit! Why did it have happen now! Stupid world.

We snuck some blankets and food (and beer!) to our ‘hotel’ for the night. Our ‘hotel’ is a rickety old house that stands alone on a corner on Tazman Street. It’s the last part of the old suburbs we live in and it should have been torn down if not for the crazy old coot living there until they completely forgot about it. I used to tell Josh ghost stories about the house and we used it as our ‘base of operations’ during high school. So right now, I’m sitting in a torch-lit room with a tin of beer next to me. Alex has taken the couch and is snoring, quietly. I’ve turned off my cell phone, for I am sure Mom will try to contact me. Josh did not know where I was going, so I guess I’m safe. For now. I don’t want to create a big impact or anything, so I’ll probably be going to college tomorrow. I just need some time away from home. My packet of smokes is almost gone, I’m smoking the last one as I’m writing this. Getting ash all over the paper, maybe Alex will fetch some new ones in the morning.

Day 5

Thursday, August 3rd, 2006

My hand is trembling even as I’m writing this down. Feels like I’ve been through hell and back. I don’t even know how I survived these hellish forty-two hours. It feels unreal. Everything around me is a nightmare from which I cannot awake. I still haven’t found anybody left alive out here, not alive like me, at least. I’ve taken refuge in the grocery store in order to get some supplies. It’s still chaos out there; it must have started at night and carried into the afternoon. I know I cannot sleep tonight, so at least I will catalogue what happened, if I’m found.
Yesterday, I woke up and I noticed Alex was gone. I did not worry because I was still certain nothing would happen, how naïve of me. I should have turned on my phone, but instead I waited for her return. When she did not come, I decided to head for college myself. I had been deaf for the sirens and sounds of chaos outside. I stepped outside into Hell. Car wreckages, fires, trash and bodies. I remember the first body vividly; it was the first body I have ever seen. It was that of a little girl. It’s too gruesome to describe what state she was in. Horrified, I shrieked for help, to no avail. I was alone. I am still alone.
But the worst was yet to come. I ran to my house and noticed the car was still in place. Maybe Mom was still there. She was. Only not as I would have wished. She walked, though dead she remained. Stunned I almost let the creature, for it was my mother no more, get to me, only to turn tail and run. I ran until I found a safe place, safe from the creatures that now walked the streets. Safe from what the dead had become.
I’m still not sure what happened, electricity is gone and radio is dead. Even my provider has gone offline. What the hell is going on here!?

Just woke from a terrible nightmare. Blood everywhere. Kept seeing Mom walking towards me. Hope the tears don’t blot the ink. I hope I find some real people soon, anyone would be ok. Even sharing some time with that bastard Daniel does not sound appalling.

Day 6

Saturday, August 4th, 2006

There is no safe place left in my neighborhood. At the moment I’m writing this while I’m hiding out in one of the larger rooms in the sewer. I haven’t slept for god knows how long and I’m beginning to feel the lack of sleep on me. Luckily I did manage to find some food and water and I robbed a house for some flashlights and some spare batteries. It’s one of those heavy, black MagLight flashlights, so if I run into one of those things outside, I’ll at least be able to defend myself, for a while. Saw flashes of my mother again during the day. Maybe it’s just because I’m tired, or I’m really losing my mind. I haven’t found a live person anywhere, just half-eaten corpses. Those made me throw up my ‘breakfast’ for that day. I really don’t have the stomach for these kinds of things. The sounds of the streets above are barely audible down here, and when I was topside, the sounds had whittled down to a few loose sounds of gunshots and a low buzzing hum. I’m planning of making my way through the sewers until I reach the waste disposal plant which is located near the ocean. Maybe not the smartest move, but I dare not walk topside with those things still out there. I hope Alex managed to evade them. I need some company right now. Anybody. But there is no one but me, the corpses and a shitload of despair. I need a cigarette.
God grant me strength.

Day 7

Sunday, August 5th, 2006

Took a look topside to get my bearings. Luckily I was heading back to the sewer entrance; otherwise I might not have been able to write this down. As I was walking back, compass clasped in my hand, I was noticed by a small group of walking corpses who started running towards me as soon as they got sight of me. I was able to shove the heavy iron lid on top of the sewer entrance before they reached it. I could still hear them hammering on the lid a while ago, they’ve probably given up for more suitable prey.
My heart is still racing, thumping in my chest and I’m really scared. Logic would dictate that I should look for other survivors, alone; I’m an easily cornered prey, strength is in numbers. It’s just that I’m too scared to walk around alone, looking for people who might be alive. That’s why I’m anxious to go into the sewer system myself. Who knows what may lie there, hidden in the darkness. Best not think about it.
The ocean is my only way out, so I have to keep going south until I reach another sewer exit. I might have to break topside earlier, when I run out of supplies. I packed a backpack full of supplies, just in case. I’m going to wait for the dark before I move out.

Day 8

Monday, August 6th, 2006

I’m freaking out. My path is blocked at every fucking turn. These tunnels must not run straight south. Better still, I haven’t found an exit in hours and I’m getting tired. I think I’m lost. Wish my Dad was here, he’d know what to do.

Day 9

Wednesday, August 8th, 2006

I’m safe. Thank god! I found my way out! Straight into seemingly safe hands it seems. I’m sitting at a small bar in the North Star Mall, just out of the centre of the city. I must have wandered about for about a day before reaching an exit. It lead straight into the parking garage of the Mall. The people holing up here were surprised to see me, still alive. There are seven people, me making the eighth one. Colin, a sixty-five year old veteran cop and his partner, Max,. Then there is Juliette, a nurse, and ‘Mac’ a construction worker. Next there’s the couple Sean and Moira and last, but not least there is Nina, a foreign exchange student from Germany. It took some convincing to make clear that I wasn’t one of them.
It appears that some kind of biological weapon has detonated in the city and that it is the cause of what has been happening in the city. Alex and I were unlucky for choosing that day to sleep in an abandoned house, almost two weeks ago now. Apparently we missed the special broadcast on the television. I am very lucky to be alive.
At least the mall is considerably safe. It is teeming with undead creatures outside and Colin told me they were about to close the sewer as well, to prevent any entry. It’s good to feel warm again, to be inside, talking to people again. Nina is a nice girl, although her English is a bit limited, we can talk. I asked around if anyone had seen Alex, Josh or my Dad, no success however. I haven’t given up hope for them yet, I know they are alive. Somewhere.

Day 10

Friday, August 10th, 2006

I’ve claimed the furniture store on the second floor as my room. I was too pooped yesterday to do anything, so forgive me for not writing, the mere experience of meeting real people again filled me with energy and kept me going for a long time. That’s why I had to sleep it off. I’m feeling a lot better now albeit still sad about Alex and the rest. Now, I’m off to have some breakfast, Nina is making French toast. I cannot wait, it’s a lot better than crackers, I can tell you.

I might have a problem. Mac got the satellite dish up and running so we could see the emergency channel. I managed to a good insight in the situation. Including the cause of all this mess: ChemCorp. It’s the same company that my dad works for, or has worked for. Judging from the reaction from the others, they are looking for someone to blame and their fingers are pointing at ChemCorp. I’m afraid they’ll find out I’m the daughter of one of company’s executives and that all that hate will find a target. I hope they don’t find out, as this is my only safe haven, there is no place left to run to.

Day 11

Saturday, August 11th, 2006

Colin is worried, the undead have been gathering around the mall. As if they are smelling us, sensing we are here. I told him to let up, try not to think about it, make the best of the time we have. Though it’s hard to ignore the moans growing loader every hour, until there’s just one monotonous hum left.
Nina and I are planning on playing some basketball; we’ll drag a basketball stand out of the sporting goods store on the first floor and play a little one-on-one. Feels like a real Saturday.
I miss Alex. A lot.

Day 12

Sunday, August 12th, 2006

Fate is cruel. It’s evening and it has been a hell of a day. Alex is here. She crashed a white Sedan into the mall around noon., after which Colin and Max braved the outside and took her and her two other passengers inside. She is in a bad condition, Juliette said, before sending me away so she could take care of her. Of course I protested, but Mac practically dragged me away and told me to ‘cool it’. I haven’t said a word to anyone ever since. I shooed Nina away, claiming I wanted to be alone. Which is a lie, I want to be with Alex.
Today’s also the start of obon, the festival of lanterns. In Japan they are honoring the dead with prayers and visits to the grave. It’s ironic. Or fate? Why did Alex arrive on such an ominous day, I wonder? Has God really forsaken us?
Please watch over me and Alex for a little while longer.

Day 13

Monday, August 13th, 2006

Alex died this morning.
No.
We killed Alex this morning.
Juliette couldn’t do anything to save her. The impact of the car resulted in massive internal bleedings and a broken arm. With the little equipment we had, she couldn’t be saved. She wasn’t conscious when I sat next to her through the night, holding her hand. I’m empty inside. Hate and Grief wiped me clean. Hate towards the decisions that had to be made. Grievance because my friend is now dead, and wasn’t even granted the peaceful slumber of a proper death.
She rose, soon after she died. There was nothing human left on that bed. She attacked me, but only managed to scratch my arm before Max shot her in the head.
I’m losing hope. With Alex dead, my pillar of hope has crumbled. There is virtually no chance that either Josh or Dad is alive.
The scratch Alex gave me is burning and I’m feeling kind of feverish. Maybe I should let Juliette have a look at it.
The world around us is turning into a Hell. Darkness and evil is spreading like an inkblot on a globe. Nightmares become reality, as we plunge into an era of Midnight. In this hour, Alex, I pray for you.
I miss you.

Inwinyàre Aranel
2 February 2008, 23:17
Beste schrijvers van deze Skwuig Schrijf Uitdaging,

Telawen en ik hebben overlegd en zijn tot een besluit gekomen. Allereerst de reacties op de verhalen.


Ik ben een moordenaar
Er wordt veel in gedachtenvorm gesproken en dat vind ik op deze manier goed gedaan. Sommige zinnen zijn wat minder mooi. Werk ook eens met komma's. Verder goed uitgewerkt, het meeleven met de hoofdpersoon lukt me erg goed.

'Misluktheid der liefhebben'
Ondanks de dagboekvorm vind ik dat er hier wel heel veel spreektaal wordt gebruikt en dat vind ik minder mooi. Het verhaal vind ik ietwat warrig.

Onvergetelijke kerstdagen
Indrukwekkend verhaal. Goed bedacht en geschreven.

Thirteen days to midnight
Een Engelse verhaal. Daarmee heb ik altijd meer tijd voor nodig om het goed te lezen, maar het is zeker niet minder interessant. Toen ik begon met lezen heb ik het verslonden. Zonde van het einde dat niet echt een einde is. Het boeit me zeker. Steekpuntsgewijs geschreven, maar dat is zeker niet minder. Het heeft een zekere spanning.

** Voor iedereen wil ik aanraden: gebruik eens meerdere woorden om iets aan te geven. Bijvoorbeeld poortje. Daarvan kan je ook maken "het donkere met klimop begroeide poortje". **


En dan ook niet onbelangrijk.. Het verhaal dat deze SSU 14: Lief dagboek heeft gewonnen is.. Onvergetelijke kerstdagen. Wij feliciteren de winnaar en wensen deze auteur veel plezier toe met het bedenken van een nieuwe opdracht.

Met vriendelijke groeten,

Telawen en Antje

~ . ~ . ~

De verhalen waren van:

Onvergetelijke kerstdagen - Ramirez
'Misluktheid der liefhebben' - Tigerfairy