PDA

View Full Version : Skwuig Schrijfuitdaging 28


Pseudoniem
12 June 2008, 23:34
Let the games begin.

Lectori Salutem!

In dit topic kunnen alle inzendingen voor Skwuig Schrijfuitdaging 28 worden gepost. De enige voorwaarden zijn deze:

• Posts dienen te worden geplaatst onder de Pseudoniem account (het password kan opgehaald worden bij een van de moderators)

• De naam van de schrijver of schrijfster dient niet te worden vermeld bij het werk!

• De verhalen dienen te worden voorzien van een titel. Deze titel dient ook te worden doorgegeven aan Nienna (die niet in de jury zit en dus een onpartijdige beheerder is)

Pseudoniem
15 June 2008, 23:04
You lose

Ergens halverwege de wereldgeschiedenis bepaalden de natuurwetten dat niet iedereen die geboren was als mens, ook zo moest leven. Zo komt het dat, wanneer iemand zestien jaar wordt, hij zijn uiteindelijke vorm aanneemt. Velen blijven gewoon mens maar sommigen veranderen in... iets anders.

Ik ben Isaac en ik ben sinds een paar weken zestien. Verassend genoeg ,en tot groot ongenoegen van mijn gehele familie, die verder geen transformaties hadden ondergaan, bleef ik geen mens. Dat werd me wel duidelijk toen mijn baardgroei spontaan in de hoogste versnelling ging en ik, als vanuit het niets, ineens gepaard ging met een staart. Geen lelijke, zeer zeker niet. Maar het was toch niet je “everyday-thing”.


Ik was de eerste van mijn klas maar werd al snel gevolgd door een meisje dat niet al te groot was en bovenal onschuldig, dat straalde ze ook uit. Toepasselijk kreeg zij een aantal kenmerken mee van de vlinder. Na de eerste verassing van de transformatie als enige in mijn familie kwam nu de tweede: ze zocht toenadering. Ik ben een wild dier, waarom zou zo’n schattig vlindertje nou in míjn buurt willen zijn, dacht ik nog. Achteraf gok ik dat ze had gezien dat ik uit de groep was verstoten en wilde ze me steunen, al weet ik dat nog steeds niet zeker. Zij was altijd al alleen, misschien had ze nu eindelijk nog een eenzaam iemand gevonden.


We hingen vanaf dat moment vaak samen rond maar, hoewel we echt heel goede vrienden werden, onafscheidelijk zelfs, hebben we maar één keer écht gepraat: toen ze me vertelde dat ze in het leger ging.

“Ik word verkenner”, zei ze.
“Dat had ik nooit achter je gezocht.”
“Echt niet?” vroeg ze verbaasd.
“Ik heb je eigenlijk nooit gezien...”
“Precies ja! Dat is toch de bedoeling?”

Ik voelde de beginnende tranen al.

“wat is er?”, ze kwam naast me zitten.
“Ach, ik ben blij voor je hoor, echt waar. Ik vraag me alleen af wat er verder van mij moet worden.”
“Roofdieren als jij worden vaak huurlingen, daar willen ze je vast graag hebben.”
“Wat fijn dat je denkt dat ik een goede moordenaar zou zijn”, beet ik haar toe.
“Doe maar rustig hoor, ik probeer alleen maar te helpen...”
“Ja, dank je wel...”, ik was nog steeds geërgerd.
“Hey, als je me niet in de buurt wil hebben hoef je het maar te zeggen hoor!”
“Nee wacht”, de tranen kwamen weer terug, “dat is het juist, ik wil niet dat je weggaat. Er praat verder niemand meer met me. Zelfs mijn ouders behandelen me anders...”
“Is dat het?”, vroeg ze met oprechte verbazing, “Je moet gewoon rustig afwachten. Iedereen moet er nog een beetje aan wennen, dat is alles. Voor je het weet hoor je er weer helemaal bij.”

Ik keek om naar de plek waar werd gelachen en gespeeld. De kaarten gingen razendsnel over tafel.

“Denk je echt?”
“Ik weet het”, ze glimlachte heel eventjes en werd toen weer serieus, “Daarbij...ga ik zo al weg.”
“Vandaag al?”, zei ik geschrokken.
“Ik weet het, maar mijn ouders willen mij ook niet meer hebben, ik ga liever naar een plek toe waar ik wel gewenst ben.”, er toeterde een auto en zachtjes zei ze, “ik moet gaan. Heb geduld, je zult het zien.”

En ze kreeg gelijk, deels. Ik werd na een paar weken inderdaad weer uitgenodigd. Zo vol van vreugde was ik dat ik iedere negatieve uitkomst van het hele gebeuren al snel had doorverwezen naar het rijk van sprookjes en fabeltjes. Dat maakte de algehele de klap nóg harder.


“Iedereen kent de regels?”

Enkelen zeiden nog dat dat inderdaad het geval was maar de meesten vonden dat niet eens meer nodig.

“Dan beginnen we.”, hij bevestigde het met een knik.

Op dat moment drong het door, toen de eerste nacht voorbij was. Toen besefte ik pas wat voor een onfortuinlijke wending mijn leven had genomen. Tot wat voor een leven ik was verdoemd.

“Ik...eh...”, begon de burgemeester twijfelachtig, ”ik denk dat Isaac een weerwolf is want...eh...nou, technisch gezien...”

“...Is hij er eentje!”, lachte een ander en de rest viel hem bij.

Ik hoorde alleen nog maar hun gelach en ik voelde dat ik rood werd. Ik schaamde me. Ik schaamde me voor wie ik was geworden, voor wat ik was geworden. Mismoedig vroeg ik terwijl ik eigenlijk niemand meer aankeek: “Ik ga dit spel echt nooit meer winnen...of wel soms?”

Pseudoniem
17 June 2008, 23:13
Grappig?

Het was slechts een grap, maar iedereen weet dat een grap uit de hand kan lopen. Op dat moment was het lollig en we lachten allemaal, totdat er iets gebeurde dat ons leven totaal zou laten veranderen. Niemand van ons kon elkaar toen nog recht in de ogen kijken, omdat we wisten wat we veroorzaakt hadden.

Het was het jaar 20810 en het rijk van de dwergen was nog niet erg oud. We gingen allemaal naar school omdat het moest van onze ouders. De komst van een elf naar onze school vond iedereen in het begin heel bijzonder. Maar ze gedroeg zich anders dan dwergen en al gauw werd ze beschouwd als een freak. Niemand wilde vrienden met haar zijn en op de een of andere manier werd ze elke dag wel een keer voor de gek gehouden. Iedereen lachte haar uit, maar ze zei er nooit wat van en kwam nooit voor zichzelf op. Ze hield haar hoofd naar beneden en haar mond stijf dicht. We wisten niet dat de pijn die zij van binnen droeg ons op een gegeven moment allemaal zou raken.

Mijn vriendengroep bestond uit vier dwergen en we waren al samen sinds even na onze geboorte. We wisten niet hoe het was om geen vrienden te hebben. We groeiden samen op, speelden samen, gingen samen naar school en dronken liters bier als de schoolbel eindelijk was gegaan. We haalden heel veel grappen uit en het was heel normaal dat wij dit plan ook samen maakten. We verspreiden ons plan door de school en als zij er al enige notie van kreeg dan liet ze dit niet merken.

Het begon met een geheim briefje in haar kluisje van een bewonderaar. Daarna volgden er nog meer briefjes en deze werden steeds meer bizar en romantisch. Ze vertelden haar bijvoorbeeld dat ze tijdens de pauze bovenaan de trap moest gaan staan, zodat hij van haar schoonheid kon genieten zonder zelf te worden gezien. Ze deed dat en iedereen lachte stilletjes. Vervolgens ging ze op bloemen zitten, naar paddenstoelen met grote gele sporen, droeg bepaalde kleuren (omdat die haar ogen zo mooi maakten), sleepte een hele dag paardenbloemvruchten met zich mee en droeg een dikke felrode cape tijdens een warme dag. En dat deed ze allemaal, omdat de briefjes haar vertelden dat ze het moest doen. Iedereen vermaakte zich er ontzettend mee en hoe meer we de grappen uithaalden, des te gemakkelijker het werd.

Uiteindelijk besloten we dat het tijd was voor de grote finale. Iedereen in school wist wat er stond te gebeuren en had alles zo gepland om erbij te zijn. Elke dwerg kon een goede grap enorm waarderen. Het briefje dat we in haar kluisje deden was een afscheidsbrief. Voor de laatste keer, om haar nog een keer te kunnen zien en zodat zij hem zou kunnen zien, zou het tweetal elkaar ontmoeten bij de oude eik tijdens zonsondergang. Het briefje zei dat ze in de boom moest klimmen en moest gaan zitten bij de derde tak die over het water hing. Elke dwerg wist dat elfen de grootste hekel aan water hadden en er was daarom heel wat voor nodig om haar te overtuigen.

Iedereen arriveerde ongeveer om dezelfde tijd bij de oude eikenboom. Zij was er al. Ze zat in de boom bij het water en wachtte geduldig. Ze lachte niet en ze huilde niet, ze was stil totdat iedereen uitgelachen was. Toen dat gebeurde stond ze op en zei, “Ik dacht dat jullie allemaal wel de finale wilde zien van het afscheid nemen van mijn bewonderaar. Je weet wel, van al die briefjes die jullie in mijn kluisje hebben gestopt. Inderdaad, ik wist altijd al dat jullie het waren. Hier is dus het laatste afscheid en ik hoop dat jullie allemaal nog een keer goed kunnen lachen om mij.”

Toen ze dat had gezegd sprong ze uit de boom. Even verwachtte ik nog dat ze weg zou vliegen, maar opeens was ik me bewust van een plons en daarna akelig gekraak. Ze bungelde aan een touw met haar hoofd onder water. Haar leven eindigde om de pijn die wij haar hadden bezorgd. En op een bepaalde manier eindigde mijn leven daar ook. Wij waren nooit meer dezelfde en niemand van ons kon daarna meer zo lachen als voorheen.

Pseudoniem
18 June 2008, 09:59
Oeps
Ryuu zat in zijn vaste kroeg in Mörker, in de stad waar hij ook op school zat. Hij had niet de moeite genomen om zijn cape uit te doen, zoals zo velen in deze kroeg. In deze kroeg bemoeide je niet met andermans zaken en doe je zaken. Ryuu kwam hier nu al een paar maanden omdat hij bijna afgestudeerd was aan Dunklet en probeerde vast wat bij te beunen in zijn toekomstige vak.
Ryuu was niet een van de lelijkste die je hier kon ontmoeten. Met zijn zilverkleurige haar en licht gebruinde gespierde lijf had hij op Dunklet al vele meisjesharten veroverd. Ook had hij staalgrijze ogen een aparte uitstraling gaven. Iets ijzigs, maar onweerstaanbaars. Dat was wat de meiden op Dunklet tegen elkaar fluisterden. Alleen werd momenteel zijn rechterwang ontsiert door een litteken door een foutje tijdens de vechtlessen. Waarom moest Hide ook net op dat moment binnen rennen en gillen dat hij meteen mee moest komen. Hide was zijn paar jaar jongere broertje en studeerde nog maar pas aan Dunklet. Ryuu had zich omgedraaid omdat hij dacht dat er heel wat aan de hand was maar naderhand had hij gemerkt dat het slechts ging om Kira en Akari, zijn oudere broer en zus. De 215-jarige tweeling maakten weer eens ruzie. Dit was als vrij normaal te beschouwen, aangezien Kira geboren was met duistere en Akari met witte magie. Zijn tegenstander had zijn kans schoon gezien en hem een kleine snee aangebracht die nog aan het genezen was.
Aan het eind van de avond ging hij iets rijker terug dan dat hij daar naartoe gekomen was. Een klant had hem een voorschot gegeven voor een opdracht die erg makkelijk was. Over twee dagen stond de elf Elessar Lossëhelin terecht vanwege het verraden van koning Valandil Helyanwë. Voor dit verraad zou hij levenslang krijgen maar een van de raadsheren zag hem liever dood. Zijn taak was simpel: loop de gevangenis in met een vrijgeleide brief en vermoord hem. 100 goudstukken kreeg hij vooraf en nog eens 400 als hij het netjes had gedaan. Een paar bewakers die waren omgekocht door dezelfde raadsheer zouden zich wel even omdraaien.
Tja politiek was niet alles in Fria maar dat maakte zijn baan zoveel makkelijker. Aangezien het donker was en de bewaking tijdens deze uren niet erg streng was, leek het hem het beste om eerst even een omweg te maken naar de gevangenis voordat hij weer terug ging naar Dunklet.
In de gevangenis trof hij in de diepste kerker Elessar aan. Elessar ‘s ogen stonden vol doodsangst maar hij gaf geen kick. Ryuu wierp een blik om te zien wie hij precies was. De man was niet veel ouder dan zijn pleegmoeder Eáránë Sáralondë, 400 jaar oud schatte hij hem ongeveer. Hij was best knap ondanks dat hij onder het vuil zat. Als hij hem in andere omstandigheden had ontmoet had hij waarschijnlijk wel een poging gedaan om hem te versieren. Ach ja er lopen wel meer mooie elfen rond om te versieren. Zonder enige emotie trok hij zijn kantana en sneed de keel van de man moeiteloos door. 'De bewakers keken een beetje teleurgesteld. Misschien hadden ze gehoopt dat Ellassar was gaan smeken om zijn leven, of dat Ryuu niet zo emotieloos zijn keel door had gesneden.
Echter het eerste dat je op Dunklet leerde was je emoties uit te zetten tijdens je werk en je te concentreren op je werk. Ryuu had daar nooit veel moeite mee gehad en was daarom een van de beste huurmoordenaars in spe van de klas.
Eenmaal terug op het campus liep hij terug naar zijn kamer die hij deelde met zijn jongere broer Hide. Hide deed, zonder enige twijfel, vruchteloze pogingen om hun vader te vinden. Hij en zijn twee broers en twee zussen waren experimenten van een doorgedraaide vampier die hun moeders had vermoord nadat ze hun doel gediend hadden. Nu wou Hide wraak maar Ryuu had vrede gesloten met zijn verleden en concentreerde zich liever op het heden. Tot zijn verbazing trof hij Hide slapend aan, terwijl hij nooit voor 02.00 uur in bed lag. Ryuu wierp een blik op de klok, het was 23.55 uur dus over 5 minuten was hij jarig. Hij zuchtte van ontevredenheid.
Het had hem wel leuk geleken om zijn 18 jarige broer over te halen mee te gaan stappen vanwege zijn 25ste verjaardag. Nou ja misschien moet ik er vanavond ook maar vroeg in gaan en kijken of Hide morgen zin heeft in een avondje zuipen.
Ryuu was net onder de warme douchekraan gestapt toen hij geklop op de deur hoorde. Nou die kan mooi even wachten want ik heb geen zin om me aan te kleden. Hij hoorde een licht gekraak. Vermoedelijk was Hide wakker geworden en op was gestaan.
'Hij hoorde een licht gekraak wat inhield dat Hide wakker was geworden en op was gestaan.'
Hopelijk nodigt hij die persoon niet binnen want ik heb geen handdoek mee de badkamer in genomen. Omdat hij volledig onder de waterkraan was gaan staan kon hij het gefluister op de gang niet horen.
“Ssttt hij is al thuis.”
“Dat meen je niet.”
“Jawel hij staat onder de douche.”
“Heeft hij een handdoek mee genomen?”
“Geen idee ik lag met mijn rug naar hem toe en deed alsof ik sliep, maar er hangt een badjas aan de deur.”
“Moeten we niet even buiten blijven wachten.”
“Nee denk niet dat hij zomaar naakt de kamer in loopt.”
Ryuu douchte verder zonder iets te vermoeden en nam de tijd om zich te scheren na het douchen.
Hij bleef even staan luisteren maar het was muisstil. Hide zal wel weg gegaan zijn met een vriend of terug te bed gegaan zijn want ik hoor niks. Ik hoef morgen pas zorgen te gaan maken om het verrassingsfeestje. Eáránë kennende plant ze het na mijn laatste les zodat ik morgenavond nog op stap kan. Hij zag de badjas wel hangen maar deed niet de moeite om hem om te doen.
Hij duwde de deur open…
Verrassing!!
Ryuu liep rood aan van schaamte bij het zien van diverse vrienden en familieleden die blijkbaar een verrassingsfeest voor hem hadden georganiseerd. Er viel een pijnlijke stilte, toen de mensen in de studentenkamer ontdekten dat hij de badjas niet aan had.
Sommigen draaiden zich netjes om, zodat Ryuu de kans kreeg om zicht te bedekken, maar zijn tienjarige zus Angel kreeg een hysterische lachbui. Snel greep hij naar een badjas die aan de deur hing.
“Wat lief!” probeerde hij zo enthousiast mogelijk uit te brengen. Toen niemand reageerde deed hij een laatste poging om de genante stilte te doorbreken. “Ik had nooit verwacht dat jullie een verrassingsfeestje voor mij zouden organiseren..”
Even liep hij de kamer in om een handdoek te pakken uit de kast. Hide stond naast de kast en Ryuu kon de verleiding niet weerstaan om hem een oorveeg te geven. “Hé”, riep Hide protesterend met een brede grijns op zijn gezicht. Ryuu deed nog geen vijf minuten erover om in de badkamer zich af te drogen en zijn kleding aan te trekken. Hij liep de kamer weer in en riep:”Zo het feest kan beginnen kom maar op met het bier en het gebak.”