PDA

View Full Version : Skwuig Schrijfuitdaging 26


Pseudoniem
7 March 2008, 13:44
Lectori Salutem!

In dit topic kunnen alle inzendingen voor Skwuig Schrijfuitdaging 26 worden gepost. De enige voorwaarden zijn deze:

• Posts dienen te worden geplaatst onder de Pseudoniem account (het password kan opgehaald worden bij een van de moderators)

• De naam van de schrijver of schrijfster dient niet te worden vermeld bij het werk!

• De verhalen dienen te worden voorzien van een titel. Deze titel dient ook te worden doorgegeven aan Janus (die niet in de jury zit en dus een onpartijdige beheerder is)

De jury voor deze Skwuig Schrijfuitdaging zal bestaan uit Inwinyàre Aranel en Brigitte.
Alleen afgeronde verhalen dienen gepost te worden.

Happy posting!

Pseudoniem
12 March 2008, 14:31
Evita, al jaren zoekende naar haar ware liefde heeft zich voorgenomen om radicaal te breken met haar pleegfamilie. Ze wil de wijde wereld in trekken op zoek naar geluk. Ze is echter van adellijke komaf en er zijn strenge hoffelijke huisregels die haar verbieden om ook maar één stap solitair buiten het landgoed te zetten. Ze heeft een plannetje bedacht dat haar moet helpen te ontsnappen aan de tirannie van haar oom en tante. Met een goede voorbereiding wil ze ervoor zorgen dat ze nooit van iemand afhankelijk is op haar escapade.

Stap 1 heeft ze al genomen. Dit was geen al te grote stap en vrij eenvoudig te realiseren. Ze veinsde interesse voor alle delicatessen die ze iedere maaltijd voorgeschoteld kreeg en met curieuze vragen moest ze van haar tante al snel bij de kok zijn. In de keuken trachtte ze alles op te nemen wat mogelijk was. Ze verbleef vele uren in de nabijheid van de kok, dan wel om hem vragen te stellen, dan wel om hem bezig te zien. Als de kok het toeliet kookte ze ook zo vaak mogelijk mee, om zo een goed smaakgevoel te krijgen voor de ingrediënten. Dit was noodzakelijk, omdat ze zonder een goed gevulde maag niet ver de wijde wereld in zou komen. Fazanten, wilde hazen, verschillende plantensoorten, bessen, granen, fruit, overal wilde ze alles over weten. “Is het eetbaar?”, “hoe is dit beste te bereiden?”, “waar kan ik het vinden? En nog vele andere vragen stelde ze. De kok, gecharmeerd van al die aandacht en wellicht hopende op een verhoging van z’n dukatenpremie vertelde haar alles wat hij wist. Na een culinair en leerzaam jaar wist Evita alles van voedsel en de broodnodige ingrediënten. Stap 1 was hiermee naar tevredenheid gezet.

In de tussentijd had ze niet stil gezeten, maar ook stap 2 in werking gezet. Mocht ze op vrije voeten komen, dan moet ze wel in staat zijn om zelf geld te verdienen. Onmogelijk zou ze in een welvarend stadje, waar ze het mannelijk schoon hoopte tegen het lijf te open, zelf naar eten kunnen gaan zoeken, dus had ze manieren nodig om geld te verdienen. Vandaar dat ze zich toezette op het sierlijk beroeren van de harp. Van haar ouders had ze een draagbaar, doch foeilelijk, harpje georven dat uitstekend dienst kon doen als geldmakertje. Althans, dat hoopte ze. Dit moest geen probleem zijn als ze net zo goed kon spelen als wijlen haar moeder, ook wel “de hoffelijke harp” genoemd. Jaren achtereen trachtte haar pleegouders haar de harp te leren en altijd weigerde ze, en dit maakte het uiteindelijk nog lastig om permissie te krijgen om dit edele instrument te leren bespelen. Uiteindelijk kreeg ze een oude vrouw, die haar moeder nog had gekend, als onderwijzeres. Ze leerde haar de fijne kneepjes van het vak, maar ze bleek niet aan de muzikaalheid van haar moeder te kunnen tippen. Gelukkig kon ze de harp goed genoeg bespelen om frivole ballades mee te ondersteunen. Ze hoopte dat dit goed genoeg was om in de feestelijke taveernes een inkomen bij elkaar te kunnen verzamelen ofwel slaapruimte en voedsel mee te verdienen.

Stap 3 had ze helemaal vergeten. Ze was een intelligente jongedame en aan bijna alles had ze gedacht, hier struikelde ze echter even.

De 4e stap, het zoeken van voedsel en voornamelijk het jagen van wild. Dit was het lastigste gedeelte van haar ontsnapping, ze moest leren hoe ze zichzelf van voedsel kon voorzien. En voor een jonkvrouw was het niet gebruikelijk dat ze met pijl en boog in het bos ging jagen. Ze zocht hiervoor een kundig iemand die redenen had om haar niet te verraden. Haar oog viel op de verloren zoon van de stalmeester, die al zeker 10 lange jaren verbannen was naar een klein hutje dat diep in het landgoed gelegen lag. Hij was betrapt op het rijden op het paard van haar oom. Dat viel niet in goede aarde, daar het haar oom niet was gelukt om ook maar in de buurt van het zadel van het paard te komen. Waarbij verteld wordt dat het paard welhaast leek te lachen om zijn ridicule pogingen. Trots dat hij is, wilde hij niet dat dit verhaal naar buiten toe reikte. Hij had de jongen, toen 16 jaren oud, verbannen naar een hutje diep in het donkere woud, denkende dat dit ongeveer gelijk stond aan de doodstraf voor zo’n jonge knul. Evita had dit al die tijd geweten en dacht dat het mogelijk moest zijn dat hij haar onderwees in het vangen van wild. Deze jongen had immers al 10 jaar overleefd aan de rand van het meer, dus die moest wel capabel zijn. Hij had ook geen redenen om haar te verraden, omdat hij zelf in onmin met haar pleegouders leefde. Het lastigste was nog om hem een keer te spreken, zijn hutje was mijlenver het bos in en het was onbekend waar hij zich gedurende de jaren mee bezig hield.
Op een zondag, zoals ze gebruikelijk was te doen, ging ze weer een stukje dieper het donkere woud in om bramen te plukken. Tijdens het plukken zag ze in de verte een donker stipje bewegen. Het stipje werd groter en leek haar kant op te komen. Dit was haar kans, ze stopte met bramen plukken (wat een gedoe elke keer weer) en wandelde resoluut richting de aankomende vreemdeling. Hoewel, vreemdeling, ze kende hem nog van vroeger, voordat het hele voorval had plaatsgevonden. Hij was wel danig veranderd, hij was ouder geworden en lichtelijk verwilderd. Maar goed, zo lang hij nog kon praten, moest het geen probleem zijn. En het was ook geen probleem. Hij, Joachim, was al lang blij dat er iemand was waarmee hij kon communiceren. Na jaren van overleven in solidariteit, met enkel de vogels en vissen om tegen te praten, was hij aangenaam verrast dat deze jonkvrouw rustig op hem toe kwam lopen.
Hij herkende haar ook nog, de laatste keer dat hij haar had gezien was ze 8 jaar oud en hij had gezien dat ze door de bosjes toekeek hoe hij het “lachende” paard temde. Het was 10 jaar geleden en in de tussentijd was ze in een hele vrouw geworden. Zelf was hij veranderd van een spontane jongeman in opgejaagd wild. Want, wat niemand wist, was dat Heer Besterveld het leuk vond om Joachim eens in de zoveel tijd op te speuren en op te jagen. Eenmalig was dat zelfs gelukt, een felle steek in zijn onderbeen vertelde hem dat dit helemaal geen spelletje was. Zijn geluk lag hem toen in een dicht bladerdek waaronder hij zichzelf lang genoeg verstopte om niet meer gezien te worden. Hij had daar zelfs geslapen om zichzelf maar niet te verraden. De volgend dag wist hij naar zijn hutje toe te strompelen, waar hij zich met moeite wist te verbinden. Doordat hij elk moment onverwacht opgejaagd kon worden, verbleef hij zo min mogelijk in zijn hutje aan het meer, maar had hij ook andere primitieve hutjes gebouwd waar hij kon overnachten. Na tien jaar in het bos was er niemand meer die hem kon verrassen en het was nu wachten op het moment dat hij het zijn landheer betaald kon zetten. Dat was de reden dat hij steeds dichter naar het hof sloop, om uit te kijken naar het moment dat Heer Besterveld op “jacht” ging.
Helaas pakte het anders uit, hij kwam oog in oog met Evita, het lieve meisje van weleer. Dit zou alle plannen die hij had in duigen schoppen. Doordat hij zo blij was een medemens te zien, besloot hij haar gezelschap op te zoeken. Door de gerichtheid waarmee ze op hem af kwam, voelde hij meteen dat ze hem aan het zoeken was en dat deze ontmoeting niet toevallig was. Interessant, dacht hij. Tijdens haar verhaal was het moeilijk om zijn eigen haat jegens de landheer te verbergen. Uiteindelijk vertelde hij haar ook zijn geheime plannen, zijn leven als wildeman en de brute manier waarop haar oom hem achtervolgde.

Joachim, die al jaren alleen de wildernis doorkruiste besloot Evita jachtlessen te geven, dit leek hem een aangename verandering. Dat was nog niet zo makkelijk, tenminste voor Evita dan, want ze moest telkens weer excuses zoeken om het woud in te trekken. Het bramen plukken werd geaccepteerd en na wekenlange smeekbedes mocht ze ook midweeks een dag het woud in om heerlijke paddestoeltjes te zoeken. Joachim had op die dagen het gewenste pakketje al klaar liggen zodat ze meteen aan het jagen konden gaan. Hazen werden gevangen in perfect gestationeerde valstrikken, fazanten werden neergeschoten met zelfgemaakte pijl en boog. Met een speer werden in het meer zelfs vissen gevangen. En ook leerde hij haar welke insecten goed te eten waren. Na maanden van oefening had ze het in zich om in de wildernis te overleven.

Stap 5 begon net nadat ze stap 4 in werking had gezet. Het berijden van een paard. Om ergens te komen moest ze in staat zijn om een paard zelf te rijden, door het land wandelen was geen optie. Lopend kon ze niet veel afstand op een dag maken en dan zou ze veel te snel gevonden worden door haar pleegouders. Ze had altijd als een dame gereden, omdat de etiquette dat zo aangaf, maar om er echt op uit te trekken was dat niet afdoende. Wanneer ze wist dat haar oom en tante haar niet konden zien, ging ze paard rijden met de aanwijzingen die ze van Joachim had gekregen. Dit ging haar uitermate goed af en al snel was ze een volleerd amazone en was de enige belemmering om te gaan, nog enkel de jachtlessen van Joachim.

Alle lessen brachten de twee steeds dichterbij elkander. Beide hadden echter redenen om de ander niet de waarheid van hun hart te vertellen. In het diepst van zijn hart verweet Joachim haar dat ze nooit de moeite nam hem te bedanken. Ze vroeg alleen maar van hem, en hoewel hij er niets voor terug wilde, vond hij het allerminst aangenaam dat alles van zijn kant moest komen. Hij had haar leren jagen, had paddestoelen en bramen voor haar gezocht en had haar op afstand geleerd een paard te berijden. Evita, door haar opvoeding, dacht dat Joachim al blij moest zijn door alle aandacht die ze hem gaf. Daarbij zag hij eruit als een beest en de koelbloedige wijze waarop hij vertelde dat hij haar oom ging vermoorden bracht hem wat dat betreft ook niet in een beter daglicht. Natuurlijk vond ze het geweldig wat hij deed, de lessen en alles, maar ze kon zich niet indenken waarom hij persé haar oom moest omleggen. En het kwam niet in haar op om voor deze wildeman iets terug te doen.

De lessen gingen uiteindelijk voornamelijk over het verbeteren van de jacht en het vertellen van de plannen die ze had. Joachim kwam nooit verder dan zijn ultieme plan, daarna wist hij niet wat hij moest doen. Evita probeerde hem er vaak vanaf te praten, ze vroeg keer op keer of hij niet met haar mee wilde, samen de wijde wereld in, ze wist zeker dat ze samen konden ontsnappen. Joachim wilde er niets van weten, ellenlange jaren had hij hiernaar toe gewerkt, wraak! Dat hij daarna zijn leven lang moest vluchten voor de strop deerde hem niet. Nu leefde hij elke dag in onzekerheid. En hij kon de man niet laten gaan die hem dit leven had aangedaan, voor een onschuldig ritje op een wild paard. Mocht hij zijn plannen doorzetten dan stond dit voor altijd tussen hen in. Ze kon namelijk niet geloven dat de “ware” een koelbloedige moordenaar zou blijken te zijn. Ze besloot dat het tijd was om te gaan, dat vertelde ze hem. Hij zei haar dat hij trots was op haar doorzettingsvermogen en jagerscapaciteiten, maar ook dat hij aan het hoefgetrappel hoorde dat het tijd was dat hen wegen per direct splitsten. “Hoefgetrappel?”, vroeg ze verbaasd. Hij stond op en rende het woud in “Je weledele oom, Evita” en ze hoorde het geluid van een pijl richting zijn lichaam suizen. Mis. Hij verdween uit haar zichtveld en de ze zag haar oom en enkele andere hoge heren achter hem aan galopperen.

Misselijk van het idee, haar oom jagend op een mens, alsook dat haar oom elk ogenblik zelf de prooi kon worden, liet ze de bramen voor wat ze waren en rende in één stuk terug naar de stallen. De harp droeg ze al tijden bij zich, zodat ze thuis aangekomen zonder omkijken het best paard van stal stal. Ze wilde er namelijk niet bij zijn als haar oom of één van de heren kwam vertellen dat het “monster” eindelijk uitgeschakeld was. Zodoende vluchtte ze dan eindelijk naar het westen, het was lente. Het zou haar voorlopig aan niets ontbreken. Ze had haar pijlen gericht op “Krondoor” een zeer welvarend stadje aan de kust dat elk jaar groter en groter werd. Een enorme haven bracht schepen uit alle hoeken van de wereld. Niet alleen goederen, maar ook mensen werden daar bij overvloed binnengevaren. Hier dacht ze de ware zeker te kunnen vinden.

Het was inmiddels eind van de zomer en het was haar goed vergaan, ze was al tot driekwart van “Krondoor” en op de reis had ze goed gebruik van haar jachtlessen, evenals het harpje dat ze met vreugde in verschillende taveernes aan het leven bracht. Door alle kooklessen had ze geen last van honger en was het zelfs qua maaltijden een plezierige reis. Soms hielp ze tijdelijk mee in verschillende keukens. Niemand wist wie ze was. Ze genoot met volle teugen van het leven als vrijbuitster. Het leven was veranderd in een aangename aaneenschakeling van allerlei interessante gebeurtenissen. Op een dag kwam haar echter het verhaal ter ore van de dood van graaf Besterveld, niet zo heel lang geleden. Hij scheen op onbekende wijze verdronken te zijn in dat prachtige meer van hem. Schijnbaar was het die desbetreffende jacht iets anders gelopen dan gepland, maar had haar oom het tijdens een latere jachtpartij wel met zijn leven moeten bekopen. Zijn medejagers waren hem tijdens die jacht kwijtgeraakt toen ze een zwijn achtervolgde. Alhoewel dit verhaal op verschillende wijze verteld is, Graaf Filders had het namelijk over een beer. Ze vonden hem weer toen ze bij het grote meer naar hem zochten. Hij scheen moedig gevochten te hebben, want ze vonden een klauw van het beest op de oever. Toch had hij uiteindelijk niet gewonnen, want hij dreef daar toch echt in het water. Gravin Besterveld heeft een tiende van haar bezit uitgeloofd aan diegene die uiteindelijk dit beest aan haar voeten werpt. Hierbij werd gelijk het andere verhaal vertelt, dat al eerder de ronde deed. Dat diegene die haar nichtje vind, haar hand er gratis bij kon krijgen. Dit kon ze als onbekende vrouw natuurlijk niet gebruiken en die ochtend vertrok ze stilletjes nog verder naar het westen. Een paar weken verstopte ze zich in de natuur, totdat ook dit weer over was gewaaid. Het nieuws van haar dode oom deed niet eens zeer, ze vond het eigenlijk juist verdient, moest hij maar niet op een mens gaan jagen. Ze had enorm veel spijt dat ze niet eerder ingezien had dat Joachim niet anders kon dan hier op deze manier mee af te rekenen.

In vele dorpjes en stadjes kwam ze vele amusante en intrigerende jongemannen tegen. Ze vermaakte zich kostelijk, maar helaas was ze nog niemand tegengekomen die geïdentificeerd kon worden als de ware. Ze maakte zich geen zorgen, totdat ze al bijna de hele winter in Krondoor was en nog steeds geen enkele jongeman had gezien die haar op alle fronten kon bekoren. Ze trachtte in verschillende drinkgelegenheden mannenharten te veroveren. Vaak had ze wel enkele aanbidders, maar geen van allen werden uitgenodigd op haar kamer. Elke keer opnieuw ging ze alleen naar boven, met de vraag of ze wel het juiste pad had gekozen. Zo ook na haar eerste optreden in “het lachende paard”, mijmerend liep ze naar boven en voor de kamer die ze geboekt had stond een emmertje met paddestoelen. Het duurde even voordat ze door had wat het was. Langzaam verscheen er een brede lach op haar gezicht en met hernieuwde hoop keek ze om zich heen. Toen verscheen Joachim, met negen vingers en een last van zijn schouders. Met de brede grijns nog op haar gezicht bedacht ze dat hij helemaal hier was voor haar. Ze had hem altijd gezien als een stalknecht en later als een beest, ze kon zich niet indenken dat hij voor haar de ware zou kunnen zijn. Uiteindelijk leerde ze hier haar laatste les, stap 3, die ze al veel eerder had moeten leren. Die haar had kunnen vertellen dat alles niet vanzelf komt, dat het niet uitmaakt hoe je geboren bent. Eenieder is gelijk en liefde laat zich nergens door tegenhouden. “Ik hou van jou” fluisterde ze. “Ik hou ook van jou”, zei Joachim.

Joachim vertelde haar dat hij zich op tijd bedacht had, dat een beest geen monster hoeft te worden. De eerste keer was hij als een windehond gevlucht en was hij haar oom en gevolg kwijt geraakt. De tweede keer werd hij onverwacht overvallen toen hij zich klaarmaakte naar het Westen te vertrekken. Na een schermutseling met zijn landheer op de oever, waar hij door een dolkzwaai zijn vinger verloor, dook hij het meer in om Heer Besterveld af te schudden. Woedend dat zijn prooi hem ontschoot dook ook heer Besterveld het meer in. Zijn flamboyante harnas trok hem naar beneden de diepte in. Uiteindelijk lukte het hem nog zijn harnas van zich af te snijden, maar het was te laat, de landheer was niet meer. Ook Evita kwam tot inkeer en bedacht zich dat ook een dame geen monster hoeft te worden. Alsnog bedankte ze Joachim voor alles wat hij voor haar gedaan had en met de paddestoelen maakte ze speciaal voor hem haar heerlijkste soep ooit.

Pseudoniem
15 March 2008, 16:20
Conjunctuur


Ik huil. Hij huilt. Van woede, frustratie en zoveel verdriet. Ik wil hem aanraken, maar hij staat te ver weg. Ik bijt op mijn lip en veeg mijn tranen weg.
“Ga dan.” Zijn stem trilt.
“Ga zelf”, bijt ik hem toe. “Jij weet uit ervaring hoe het is om als eerste weg te lopen.”
“Waarom doe je altijd zo gemeen als je pijn hebt?” Hij komt op me af, kust me, boos en wild met tanden tegen tanden. Ik vecht hem van me af en huil. “Ik houd van je”, fluistert hij tegen mijn mond.

Mijn relatie met Rick was vanaf het begin een conjunctuur, een zwabberende lijn van dalen en stijgen. Ik kon niet met en niet zonder hem.
Het begon in de brugklas. Hij was de James Dean van de school, maar dan zonder de drugs en het acteren. Jongens wilden bevriend met hem zijn, meisjes wilden verkering met hem. Ik was een vreselijke puber en wilde niks doen dat anderen deden. Maar ik werd, na drie maanden in één klas met hem, grandioos over de kop smoorverliefd. Terwijl ik het niet wilde.
We zoenden voor het eerst nadat ik hem half dronken had gevoerd. Als stoere alternatieveling had ik drank bij een schoolfeest meegesmokkeld. Nog stoerder had ik het rond gebazuind. Onze zoen werd beëindigd door een woedende conciërge die mij zijn hok in sleepte voor een preek over alcohol.
Ik was er van overtuigd dat het hier bij zou blijven. Hij was super en populair, mijn kleding had regenboogkleuren en ik werd standaard de klas uitgestuurd. Alleen zijn dronkenschap had mij mijn kans gegeven.
Drie dagen later duwde Rick me tegen mijn kluisje en zoende me zoals ik nog nooit gezoend was. Hij gaf toe dat hij me gigantisch fantastisch vond sinds het begin van het jaar.
Dat was vijf jaar geleden en de enige keer dat hij me dat vertelde.

De eerste keer dat het uitging was net zo explosief. Rick gooide de luxe borden van het restaurant kapot tegen de muur, ik trok de knuffel uit elkaar die hij mij vijf minuten daarvoor had gegeven. Om het feit te verzachten dat hij vreemd was gegaan. Wel maar “één keertje”. We hadden bijna twee jaar een relatie en hij was net zo dronken geweest als met onze eerste zoen. Het was niet alleen alsof mijn hart brak. Mijn hoofd leek wel uit elkaar te barsten en mijn lichaam brandde door de vreselijke woede die ik nog steeds niet onder de controle heb.

Vijf maanden later waren we weer samen. Natuurlijk had ik hem zijn fout niet vergeven, maar zijn afwezigheid zorgde voor een leegte in mij. Liever Rick met een zeurende, nare herinnering, dan zonder Rick. Hij verwende me op alle mogelijke manieren. Ik werd, voor mijn doen, mild en week. Tot onze examens ging het ‘goed’, ruzies waren niet meer dan meningsverschillen, er werd met niks gegooid. Ik groeide uit mijn extreme alternatieve gedrag, hij werd niet overal meer als een godenzoon ontvangen.
We vonden elkaar vreselijk saai. We maakten een einde aan de relatie.

Ik heb tussen mijn ‘relaties’ met Rick door verschillende vriendjes gehad. Leuke vriendjes, labiele vriendjes, vriendjes die homoseksueel bleken. Ik vergeleek ze allemaal met Rick. Als ik in zielen zou geloven, zou ik zeggen dat Rick mijn soulmate is. Niet de liefde van mijn leven, daar haat ik hem soms teveel voor. Maar ik kan niet zonder hem.

Het was de eerste keer dat Rick “ik houd van je” tegen me zei. Ik schrok zo dat ik compleet in zijn armen verslapte. Ik negeerde het, maar trok hem mee naar binnen en vertelde dat hij nooit meer weg moet gaan. In ieder geval niet tot ik hem zou weg sturen.